Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Voordracht wetsvoorstel

Draaiboek voor de regelgeving

Voor de brief aan de Koning waarbij een minister een voorstel van wet aanbiedt met het verzoek dit bij de Afdeling advisering van de Raad van State aanhangig te maken (voordracht), wordt het volgende model gevolgd:

Aan de Koning

Voorstel van (rijks)wet ... (vermelding van het opschrift)

Daartoe gemachtigd door de ministerraad (van het Koninkrijk) bied ik Uwe Majesteit (, mede namens/in overeenstemming met/na overleg met mijn ambtgenoot van/voor ...,) het bovenvermelde voorstel van (rijks)wet aan. Het voorstel gaat vergezeld van een memorie van toelichting.

Ik moge U verzoeken het voorstel aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk) ter advisering voor te leggen en de Afdeling te machtigen haar advies rechtstreeks aan mij te doen toekomen (en afschrift van het advies toe te zenden aan mijn bovenvermelde ambtgenoot).

De Minister van/voor ...

Toelichting

In de relatie tussen ministers en staatssecretarissen wordt de aanduiding "ambtgenoot" niet gebruikt. Deze wordt alleen gebruikt in de verhouding minister-minister en staatssecretaris-staatssecretaris. In de andere gevallen is de terminologie bijvoorbeeld "mede namens de Minister van/voor ..."dan wel "mede namens de Staatssecretaris van ...".
In de voordracht kan bijzondere aandacht worden gevraagd voor een bepaald aspect van een voorstel. Dit gebeurt in de voordracht, niet in een aparte brief.
Bij de voordracht worden de volgende stukken gestuurd aan het Kabinet van de Koning:

  • het begeleidend memo aan kabinet van de Koning
  • het begeleidend memo voor de Afdeling advisering van de Raad van State
  • het wetsvoorstel met ondertekende memorie van toelichting
  • adviezen uitgebracht over het voorstel

Laatst gewijzigd op: 12-9-2018