Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 236 (Aanhangigmaking bij en behandeling door de (rijks)ministerraad)

Draaiboek voor de regelgeving

Het gestelde in nr. 29 tot en met 32 is van overeenkomstige toepassing. Zie ook nr. 115. De standaardformulering in het vak 'voorgesteld besluit' van het (rijks)ministerraadsformulier luidt:

«Akkoord met ondertekening van het verdrag en toezending van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag om advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk)/toezending van het verdrag met het oog op stilzwijgende goedkeuring om advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State (van het Koninkrijk).»

De hiermee gegeven machtiging impliceert tevens een machtiging om het voorstel bij het parlement in te dienen. Ingeval ondertekening niet of niet meer mogelijk is, wordt uiteraard een andere passende inleiding voor het besluit gebruikt. Het maken van voorbehouden en het afleggen van verklaringen van voorlopige toepassing dienen in voorkomende gevallen ook in de voorgestelde conclusie vermeld te worden.

In de rubriek ‘voorgesteld besluit' dient in voorkomend geval tevens te worden vermeld dat een verdrag niet voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten zal gelden. Hiervoor wordt de volgende formulering gebruikt:

«De raad stelt vast dat het verdrag niet zal gelden voor Aruba/Curaçao/Sint Maarten, en/maar deze landen/Aruba/Curaçao/Sint Maarten evenmin/wel anderszins raakt in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.» (Deze tekst wordt uiteraard aangepast als het verdrag niet zal gelden voor Nederland, maar alleen voor Aruba, Curaçao en/of Sint Maarten.)

Door de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt aangegeven wanneer er van een verdrag een zodanig belang voor hun landen uitgaat dat er sprake is van raken (anders dan leidende tot een verzoek om medegelding, zie ook Ar 8.2). Het praktische effect hiervan is dat het verdrag in kwestie krachtens artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet, ook aan de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt voorgelegd, tegelijk met de overlegging aan de Staten-Generaal of indiening bij de Tweede Kamer.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Afdeling Verdragen van de directie Juridische Zaken) maakt de zaak via de gebruikelijke voorportalen aanhangig bij de (rijks)ministerraad; dit gezien de coördinerende taak van dat Ministerie op het gebied van verdragen, en mede vanuit een oogpunt van efficiency en consistentie. Hierop zijn na overleg met Buitenlandse Zaken uitzonderingen mogelijk.

Met de (rijks)ministerraadsstukken wordt een exemplaar van het verdrag in kwestie meegezonden (niet noodzakelijkerwijs in het Nederlands), tenzij het verdrag al in het Tractatenblad staat (waarover alle departementen immers beschikken).

Laatst gewijzigd op: 12-9-2018