Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 183 (Inwerkingtreding)

Draaiboek voor de regelgeving

Bij de inwerkingtreding van een amvb kunnen zich de volgende gevallen voordoen:
a. de amvb zelf vermeldt het tijdstip van zijn inwerkingtreding;
b. de amvb bevat een opdracht om zijn inwerkingtreding geheel of ten dele bij (klein) koninklijk besluit te regelen;
c. de amvb zwijgt over zijn inwerkingtreding.

De onder a en b genoemde mogelijkheden kunnen ook in combinaties voorkomen. Bij de gevallen a en c zijn geen nadere maatregelen nodig om na de plaatsing van de amvbalgemene maatregel van bestuur in het Staatsblad tot zijn inwerkingtreding te komen. In geval c vindt de inwerkingtreding ingevolge artikel 7 van de Bekendmakingswet plaats met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad. Artikel 7 van de Bekendmakingswet is slechts bedoeld als vangnet. Een besluit dient in principe in zijn inwerkingtreding te voorzien (Ar 4.14). Een koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van een amvb regelt (geval b) kan zo nodig terstond na de vaststelling van de amvb worden vastgesteld, dus op dezelfde dag. Het is dus niet nodig te wachten tot de amvb in het Staatsblad is verschenen.

Aanvulling

Met ingang van 1 januari 2009 gaan nieuwe wetten en AMvB's met directe relevantie voor bedrijven en instellingen slechts op twee vaste momenten in. De twee vaste inwerkingtredingdata zijn 1 januari en 1 juli. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan klachten van veel ondernemers over de frequente wijziging van wetgeving gedurende het jaar. Daarnaast wordt een minimum invoeringstermijn van drie maanden tussen publicatie en daadwerkelijke inwerkingtreding ingevoerd. Op die manier hebben bedrijven en instellingen de tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe wetgeving. Zie Kamerstukken II 2008/09, 29515, nr. 270.

Laatst gewijzigd op: 4-9-2018