Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 17 (Behandeling van voorontwerpen door de ministerraad)

Draaiboek voor de regelgeving

Veelal worden voorontwerpen van wet opgesteld met de uitdrukkelijke bedoeling deze door middel van publicatie in de openbaarheid te brengen. Wanneer een voorontwerp wordt opgesteld in de vorm van een advies van een niet ambtelijk adviescollege, is openbaarmaking daarvan ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur zelfs voorgeschreven, behoudens de uitzonderingen die in de wet zelf zijn opgenomen. Op de advisering door niet ambtelijke adviescolleges wordt in nr. 18 tot en met 21 nader ingegaan. In sommige gevallen worden departementaal opgestelde aanzetten voor een wetsvoorstel ter vertrouwelijke kennis gebracht van een beperkte groep van deskundigen of direct betrokkenen buiten de overheid. Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. De wet snijdt de beperking van de openbaarheid toe op de persoonlijke meningsvorming in het interne beraad van bestuurders en ambtenaren.

Over persoonlijke beleidsopvattingen kan informatie worden verstrekt in een niet tot personen herleidbare vorm (zie verder artikel 11, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur).

Indien een voorontwerp als een afgerond geheel is toegezonden aan een adviescollege, is dit volgens uitspraak van de Afdeling rechtspraak van 29 september 1986 (AB 1987, 191) niet (meer) een document dat is opgesteld ten behoeve van intern beraad in de zin van artikel 11, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur. Wel kunnen op de openbaarheid van voorontwerpen van wet de uitzonderingsgronden van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing zijn.

Laatst gewijzigd op: 22-8-2018