Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

2.3.2 Wel of geen omzetting bij codificatie

Handleiding Wetgeving en Europa

Bij zuivere codificatie is er sprake van een geval waarin implementatie door middel van regelgevende activiteiten in beginsel niet nodig is. Bij zuivere (constitutieve) codificatie gaat het namelijk om Europese rechtsinstrumenten die een codificatie van eerdere besluiten bevatten, waarbij deze eerdere besluiten worden ingetrokken, zonder dat dit materiële veranderingen met zich brengt. Een zuiver codificatiebesluit is te herkennen aan het ontbreken van een implementatieopdracht en een verplichting om de Europese Commissie in kennis te stellen van de nationale regelingen die strekken tot implementatie ervan. Wel hebben zuivere codificatiebesluiten over het algemeen een uitdrukkelijke bepaling waarin staat dat bestaande verplichtingen van de lidstaten tot implementatie van de in de codificatie betrokken besluiten intact blijven. Gevallen waarin er codificatie met herschikking plaatsvindt, behoeven wel implementatie, omdat er materiële wijzigingen zijn ten opzichte van de situatie van daarvoor. Vrijwel altijd zullen dit soort codificatiebesluiten dan ook een implementatieopdracht bevatten.

Het kan zijn, dat in een zuiver codificatiebesluit de bepalingen van de in de codificatie betrokken besluiten vernummerd worden. Uit het oogpunt van overzichtelijkheid van de regelgeving kan het nuttig zijn om te bezien of de verwijzingen in de nationale implementatieregelingen niet eveneens zouden moeten worden aangepast. Deze aanpassingen kunnen bijvoorbeeld worden 'meegenomen', wanneer een regeling om andere redenen wijziging behoeft (geleidelijke aanpassing).

In het geval dat in het verleden gebruik is gemaakt van dynamische verwijzing naar (bepalingen) van de regelgeving die onderwerp is van codificatie, is aanpassing nodig van de dynamische verwijzing. Stel dat deze methode is toegepast ten aanzien van een bepaald artikel van een Europees rechtsinstrument A en dit rechtsinstrument is vervolgens vele malen gewijzigd, dan is dat in eerste instantie geen probleem. Immers, door de dynamische verwijzing worden deze wijzigingen meegenomen. Echter, als er vervolgens op een gegeven moment een codificatie plaatsvindt met een vernummering van de artikelen van rechtsinstrument A, dan is het direct noodzakelijk om de nationale dynamische verwijzing aan te passen. De Nederlandse bepaling verliest namelijk door de verwijzing naar niet langer rechtsgel­dige Europese regelgeving haar betekenis.

Voor zover het gaat om bepalingen in implementatieregelingen die strafrechtelijk worden gehandhaafd, wordt ook dringend aangeraden zo snel mogelijk tot aanpassing over te gaan.  Bij gebreke van relevante rechtspraak is niet duidelijk of de strafrechter wel genoegen zal nemen met het kunnen herleiden (via een concordantietabel bij het codificatiebesluit) van de (niet aangepaste) nationale verwijzing naar het nieuwe codificatiebesluit. Het risico dat strafvervolging om die reden stukloopt, kan door onmiddellijke aanpassing worden uitgesloten.

Een codificatiebesluit bevat altijd een uitdrukkelijke bepaling krachtens welke de verwijzingen naar de ingetrokken EU-besluiten voortaan aan de hand van een in de bijlage opgenomen concordantie- of transponeringstabel als verwijzingen naar het codificatiebesluit gelden. Een dergelijke bepaling vormt echter volgens het Hof louter de vertaling van de gevolgen die op communautair vlak uit de intrekking van het EU-besluit voortvloeien en doelt dus geenszins op verwijzingen naar de ingetrokken regeling die in de nationale uitvoeringsbepalingen voorkomen (zaak C-8/90, Kennes, Jur. 1991, blz. I-4391).