Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 6.33 Aanbrengen doorlopende nummering

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

  1. Indien er de voorkeur aan wordt gegeven dat de (eerst)verantwoordelijke bewindspersoon en niet de voorzitter van de Tweede Kamer zorg draagt voor een doorlopende nummering van een wet, wordt dit bepaald overeenkomstig het volgende model:
    Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister [van/voor …] de nummering van de artikelen [, hoofdstukken en paragrafen] van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen [, hoofdstukken en paragrafen] met de nieuwe nummering in overeenstemming.
  2. In dat geval geschiedt de vaststelling van de nieuwe nummering en het daarmee in overeenstemming brengen van de desbetreffende aanhalingen bij een door de betrokken bewindspersoon vastgesteld en ondertekend besluit overeenkomstig het volgende model:
    De Minister van/voor … / de Staatssecretaris van …,

    Gelet op artikel … [bepaling overeenkomstig het in het eerste lid gegeven model];

    Besluit:
    Enig artikel
    Overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage wordt de nummering van de artikelen [, hoofdstukken en paragrafen] van de … [citeertitel van de wet] opnieuw vastgesteld en worden de in die wet voorkomende aanhalingen van de artikelen [, hoofdstukken en paragrafen] met de nieuwe nummering in overeenstemming gebracht.

Toelichting

Eerste lid. Vooral bij omvangrijke nieuwe wetten kan het de voorkeur verdienen dat de doorlopende nummering eerst na de afronding van de parlementaire behandeling door beide kamers wordt aangebracht. Dit kan met name aangewezen zijn indien in verband met de doorlopende nummering ook verwijzingen in andere wetten of wetsvoorstellen moeten worden aangepast, bijvoorbeeld door middel van een invoeringswet. Indien de onderhavige bepaling wordt opgenomen, impliceert dit dat de voorzitter van de Tweede Kamer geen gebruikmaakt van zijn bevoegdheid tot vernummering, behoudens wat de leden van artikelen betreft (artikel 106 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer).

Tweede lid. Als bijlage bij het besluit wordt opgenomen een kopie van het origineel van de wet, waarop zijn aangegeven de wijzigingen die voortvloeien uit de bevoegdheid van de minister om de nummering van en verwijzingen naar artikelen e.d. aan te passen. Het besluit en de bijlage moeten aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden toegezonden tezamen met de gebruikelijke stukken die bij het verzoek om plaatsing in het Staatsblad aan deze afdeling moeten worden toegezonden.