Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 5.71 Werkingsduur tijdelijke regeling

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

Voor het regelen van de werkingsduur van een tijdelijke regeling wordt een van de volgende modellen gebuikt:

  1. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van…: zie aanwijzing 4.21]  en vervalt [met ingang van … / … jaar na het tijdstip van inwerkingtreding].
  2. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking [op / met ingang van…: zie aanwijzing 4.21] en vervalt op een bij [koninklijk besluit / door Onze Minister van/voor … / door de Minister van/voor …] te bepalen tijdstip.

Toelichting

Bij het gebruik van de modellen worden de aanwijzingen 4.17 en 4.18 in acht genomen. Indien nodig kunnen de modellen uit deze aanwijzing worden gecombineerd met die uit aanwijzing 4.22 en, bij referendabele wetten, die uit aanwijzing 4.23.

De in model B genoemde formulering wordt slechts gekozen, indien vaststaat dat het om een tijdelijke regeling gaat, maar het tijdstip waarop de regeling vervalt niet vooraf kan worden vastgesteld.