Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Experiment

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Wat is een experiment?

Bij een experiment of een pilot wordt uitgeprobeerd welke interventies een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van een maatschappelijk probleem.

Waarom experimenteren?

Er kunnen verschillende redenen zijn om te experimenteren. Als blijkt dat bestaande wetgeving geen ruimte biedt voor de uitvoering van nieuwe (ook technologische) ideeën en initiatieven, terwijl dat wel gewenst is. Of als juist blijkt dat bestaande regels te veel ruimte bieden en daardoor nieuwe, ongewenste ontwikkelingen niet kunnen worden tegengegaan. Het experimenteren met wetgeving kan dan nuttig zijn om te kijken in hoeverre een bepaalde aanpak wenselijk is en wat de effecten daarvan zijn, zonder dat direct onomkeerbare stappen worden gezet.

Wees er wel van bewust dat bestaande wet- en regelgeving vaak meer ruimte om te experimenteren biedt dan wordt gedacht, zodat experimenteren zonder aanpassing van de wet- en regelgeving vaak ook al mogelijk is.

Welke mogelijkheden kunnen worden benut?

De ruimte om te experimenteren kan bijvoorbeeld worden gevonden in een verandering in interpretatie van de regelgeving, of in de wijze van uitvoering en toezicht. Er kan gebruik worden gemaakt van bestaande afwijkingsmogelijkheden in wetgeving, zoals experimenteerbepalingen of ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden. Ook kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die doelvoorschriften of een ‘right to challenge’-regeling kunnen bieden. Hieronder worden deze mogelijkheden verder toegelicht.

Experimenteerbepalingen

In sommige regelgeving is een expliciete experimenteerbepaling opgenomen, maar er is ook regelgeving die zich alleen maar richt op het vormgeven van een experiment.

Voorbeelden van expliciete experimenteerbepalingen in regelgeving

  • Artikel 130 van de Werkloosheidswet: Bij wijze van experiment kan worden afgeweken van bepaalde artikelen om de wet m.b.t. de inschakeling in de arbeid doeltreffender uit te voeren.
  • Artikel 83 van de Participatiewet: Bij wijze van experiment kan worden afgeweken van bepaalde artikelen om de wet m.b.t. de arbeidsinschakeling en financiering doeltreffender uit te voeren.
  • Artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet: Dit artikel voorziet in een expliciete experimenteerbepaling waarmee kan worden afgeweken van diverse wettelijke bepalingen indien het experiment bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en a) het experiment bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen, of b) uitvoering van het experiment bijdraagt aan het versterken van de economische structuur.

Voorbeelden van regelgeving die zich alleen maar richt op het vormgeven van een experiment

  • Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging: Deze wet heeft tot doel experimenten met innovatieve vormen van rechtspraak te faciliteren om zo eenvoudige snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting te bevorderen. Bij wijze van experiment kan voor een bepaalde periode worden afgeweken van enkele wetten die betrekking hebben op de rechtspraak en de rechtspleging.
  • Besluit experiment regelluwe scholen PO/VO: In dit experiment kunnen bepaalde scholen meedoen, waarbij het doel is te onderzoeken of het bieden van regelluwe ruimte leidt tot initiatieven die de doelmatigheid of kwaliteit van het onderwijs ten goede komen.

Zie voor de vereisten bij experimenteerregelingen Ar 2.41 en 2.42.

Ontheffings-en vrijstellingsmogelijkheden

Bij ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden gaat het om het creëren van een wettelijke grondslag voor afgifte van een vergunning, vrijstelling of ontheffing. Bijvoorbeeld: de Wet wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met mogelijk maken van experimenten met geautomatiseerde systemen in motorrijtuigen (experiment zelfrijdende auto’s). Met een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden bepaald om het experiment op een verantwoorde wijze uit te voeren. Hierdoor kan het benodigde maatwerk worden verleend (zie ook de memorie van toelichting, Kamerstukken II 2017/18, 34838, nr. 3).

Zorgplichten of doelvoorschriften

Zorgplichten of doelvoorschriften zijn wettelijke voorschriften, die alleen iets regelen over het te realiseren doel (zorgplichten of doelvoorschriften) en niets over de wijze waarop dit doel gerealiseerd moet worden (middelvoorschriften). Bijvoorbeeld: de zorgplicht voor de fysieke leefomgeving in artikel 1.6 van de Omgevingswet. Hierin staat dat een ieder voldoende zorg moet dragen voor de fysieke leefomgeving, maar overheden en burgers kunnen zelf bepalen hoe zij dit in de praktijk invullen (zie ook de memorie van toelichting, Kamerstukken II 2013/14, 33962, nr. 3).

Right to Challenge

Een voorbeeld van een ‘right to challenge’, waarbij burgers, bedrijven en maatschappelijke initiatiefnemers de wettelijke mogelijkheid krijgen om op eigen wijze de verplichtingen van een wettelijke regeling te realiseren kan worden gevonden in artikel 1:3 van het Bouwbesluit 2012. Daarin is bepaald dat aan de technische voorschriften in het besluit voor bouwwerken en gebruik van deze gebouwen ook op andere – gelijkwaardige – wijze mag worden voldaan.

Meer informatie

Relevante verplichte kwaliteitseisen
Relevante verplichte kwaliteitseisenToelichting
'Het proberen waard'Voorwaarden waaraan experimenteerbepalingen die zijn neergelegd in wetgeving moeten voldoen.

Laatst gewijzigd op: 25-2-2021