Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Overgangsrecht en inwerkingtreding

Schrijfwijzer Memorie van toelichting

Inhoudsopgave

Over de Overgangsgrecht en inwerkingtreding paragraaf

In deze paragraaf wordt ingegaan op het beoogde moment of momenten van inwerkingtreding, het overgangsrecht of de redenen om af te zien van overgangsrecht en overige zaken zoals voorlichting en communicatie over de invoering.

Terug naar boven

Aandachtspunten bij de beschrijving

  • Wat is het beoogde moment van inwerkingtreding? Noem de factoren waarvan die inwerkingtreding afhangt (bijv. beschikbaarheid van technische voorzieningen of samenloop met andere wetsvoorstellen (Ar 5.67). Gaat de wet gefaseerd in werking treden en zo ja, hoe?
  • Ga in op de vaste verandermomenten (VVM): treedt het voorstel in werking op een van de vaste inwerkingtredingsdata (1 januari en 1 juli ) en geldt de minimale invoeringstermijn van twee maanden en bij gemeenten drie maanden, of is er sprake van een van de uitzonderingen? (zie het IAK en Ar 174).
  • Is het wetsvoorstel referendabel in de zin van de Wet raadgevend referendum of geldt een van de uitzonderingen? Wat betekent de referendabiliteit voor het moment van inwerkingtreding? (Zie het onderwerp Wet raadgevend referendum)
  • Als er sprake is van uitgestelde inwerkingtreding: wat is daarvan de reden?
  • Als sprake is van eerbiedigende werking: wat is daarvan de reden? (Zie IAK: Overgangsrecht).
  • Als er sprake is van terugwerkende kracht: wat is de bijzondere reden daarvoor? (Zie Ar 5.62).
  • Welke communicatie en voorlichting is voorzien over de invoering?

Terug naar boven

Relevante IAK-vragen

Dit onderdeel van de Memorie van toelichting is gebaseerd op de volgende IAK-vragen.

Tabel Relevante IAK-vragen
Relevante iak-vragenToelichting
6. Wat is het beste instrument?6.5 Uitvoerbaarheid

Terug naar boven

Laatst gewijzigd op: 7-11-2018