Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Hoofdlijnen van het voorstel

Schrijfwijzer Memorie van toelichting

Inhoudsopgave

Over de Hoofdlijnen van het voorstel paragraaf

In deze paragraaf geef je de probleembeschrijving en de beleidstheorie: de doelstellingen en noodzaak van de regeling (Ar 4.43, onder b). Deze paragraaf bevat een beschrijving van het geheel aan veronderstellingen en onderzoeksresultaten waarop de conclusie kan worden gebaseerd dat de voorgestelde regeling het betrokken probleem oplost (beleidstheorie). Het gaat erom dat de achterliggende overwegingen, waaronder de overwogen varianten (Ar 4.43, onder b) en de criteria die daarbij een rol hebben gespeeld, worden verhelderd.

Terug naar boven

Aanduiding van de betreffende hoofdlijnen

  • Aanleiding
    Geef de aanleiding of omstandigheden weer die geleid hebben tot het voorstel (bijv. een uitgebracht advies, uitgevoerde evaluatie, regeerakkoord of motie). Doelstellingen van de wet (Ar 4.43, onder a): geef de doelstellingen die worden nagestreefd met het voorstel weer (bijv. vergroten van zelfredzaamheid van de sector, budgetneutrale oplossing).
  • Probleembeschrijving
    Wat is het probleem en op basis van welke overwegingen wordt het als probleem aangemerkt? Voor wie is het een probleem? Wie ervaart het als een probleem? Wat zijn de eerdere ervaringen met een vergelijkbaar probleem en oplossing en wat daarvan is geleerd?
  • Probleemaanpak
    Wat zijn de veronderstellingen waarop de aanpak in het voorstel berust?
    Bijvoorbeeld: als we deze norm invoeren, gaan burgers hun gedrag aanpassen? In welke mate biedt de voorgestelde regeling een oplossing voor het probleem?
  • Motivering instrumentkeuze
    Met welk instrument wordt het probleem opgelost?
    Is wetgeving (t.o.v. andere instrumenten) het juiste instrument?

    Aandachtspunten bij de beschrijving:
    • Het alleen noemen van het regeerakkoord als motivering is onvoldoende;
    • welke varianten zijn overwogen? (Ar 4.43, onder b)
    • bij een nieuwe maatregel motiveren waarom niet kan worden volstaan met betere toepassing van het bestaande instrumentarium;
    • bij het terugkomen op eerdere beleidskeuzes aangeven waarom oorspronkelijke beleidskeuzes hun geldigheid verloren hebben;
    • bij een stelselwijziging aangeven waarom het oude stelsel niet meer werkt, of aanpassing niet mogelijk is en waarom een nieuw stelsel dus noodzakelijk is;
    • de reden waarom in een specifiek geval voor het opstellen van een geheel nieuwe regeling is gekozen in plaats van wijziging van een bestaande regeling;
    • welk flankerend beleid is er naast deze wettelijke regeling nodig om tot het bereiken van het beleidsdoel te komen?;
    • hoe is geborgd dat deze wettelijke regeling toekomstbestendig is?;
    • de motivering van de opzet en systematiek van de regeling (Ar 4.43, onder g);
    • de uitleg van de manier waarop het te regelen onderwerp verdeeld is over wet en onderliggende regelgeving, bijvoorbeeld motivering van delegatie en voorhangverplichtingen (Ar 2.19 en 2.35);
    • bevoegdheden voor de uitvoerende instanties of aan rechten en plichten voor burgers en bedrijven die worden ingezet om het probleem op te lossen.
  • Implementatie
    Bij EU-implementatiewetgeving besteed je in deze paragraaf aandacht aan de gekozen middelen (instrumenten). Hoe verhouden ze zich tot het doel en de strekking van de te implementeren regeling? In het geval de te implementeren regeling ruimte laat, moet worden onderbouwd dat het doel van die regeling het beste met de gekozen instrumenten gerealiseerd kan worden. Leg uit dat de EU-regelgeving wordt geïmplementeerd op een wijze die voor Nederlandse bedrijven de minst mogelijke lasten veroorzaakt of, in geval van vereenvoudigingen, de grootst mogelijke lastenvermindering inhoudt. Gebruik daarvoor de term lastenluwe implementatie1. Wordt niet voor de meest lastenluwe variant gekozen, motiveer dit dan (Ar 9.5).
  • Toepassing in Caribisch Nederland
    Zijn de voorgestelde regels van toepassing in Caribisch Nederland? Op welke wijze is rekening gehouden met eventuele factoren waardoor die eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland? (Ar 4.43, onder h).
  • Monitoring
    Aanduiding hoe gemonitord wordt dat de doelstellingen van het voorstel worden gehaald en welke mogelijkheden er zijn het beleid bij te sturen als de werkelijkheid niet beantwoordt aan de veronderstellingen en aannames vooraf.

Terug naar boven

Relevante IAK-vragen

Dit onderdeel van de Memorie van toelichting is gebaseerd op de volgende IAK-vragen.

Tabel Relevante IAK-vragen
Relevante iak-vragenToelichting
1. Wat is de aanleiding? 
2. Wie zijn betrokken? 
3. Wat is het probleem? 
4. Wat is het doel? 
5. Wat rechtvaardigt overheidsinterventie? 
6. Wat is het beste instrument? 
7. Wat zijn de gevolgen? 7.6 Evalueren en monitoren van beleid
Aanduiding van de manier waarop dit voorstel zal worden geëvalueerd en welke aandachtpunten daarbij gelden (Ar 2.41, 2.42 en 5.58)

Terug naar boven