Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Doorberekening van toelatings- en handhavingskosten

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Het doorberekenen van toezicht- en handhavingskosten kan prikkels verschaffen voor onder toezicht gestelde partijen om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. Aan de (volledige) doorberekening van deze kosten kleven echter principiële bezwaren.

Toezicht en handhaving hebben als primaire doel het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving. Aangezien wet- en regelgeving steeds wordt opgesteld vanuit een algemeen belang, dient de handhaving ervan dus in beginsel een algemeen belang. Op basis daarvan formuleerde de rijksoverheid in het rapport Maat houden in 1996 als algemeen uitgangspunt dat de kosten van de handhaving in beginsel uit de algemene middelen moeten worden bekostigd. Dat uitgangspunt geldt nog onverkort. Het algemeen belang van handhaving neemt echter niet weg dat de handhaving ook een voordeel of profijt kan hebben voor een individuele burger of bedrijf of voor een bepaalde sector. Dit was reden in Maat houden 1996 om een aantal uitzonderingen te formuleren op het algemene uitgangspunt. In het Rapport Maat Houden 2 uit 2014 is hierop voortgebouwd.

Uitgangspunt van dit rapport is dat handhaving van wet- en regelgeving in beginsel uit de algemene middelen moet worden gefinancierd. Uitzonderingen op dit algemene uitgangspunt zijn mogelijk indien er sprake is van aanwijsbaar profijt of aanwijsbare hogere kosten van toezicht en handhaving van (rechts)personen. Dan kunnen er kosten doorberekend worden, tenzij dit in strijd is met beginselen van goed toezicht of tot ongewenste gevolgen leidt.

Verplichte kwaliteitseis

Laatst gewijzigd op: 6-12-2016