Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Beroepsreglementering

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Inhoudsopgave

Beschrijving instrument

Wanneer eisen aan bepaalde beroepen of functies worden gesteld, is sprake van beroepsreglementering. In de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties wordt, voor zover hier relevant, een gereglementeerd beroep omschreven als een ‘beroepswerkzaamheid of geheel van beroepswerkzaamheden waarvoor geldt dat de toegang daartoe of uitoefening daarvan, waaronder het voeren van een beroepstitel, bij of krachtens wet direct of indirect afhankelijk is gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties’. Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn een beëdigde tolk of vertaler, accountant en arts (zie voor de complete lijst met gereglementeerde beroepen de Regulated professions database op de website van de Europese Commissie).

Beroepsreglementering kan bestaan uit:

  • Titelbescherming: in dit geval kan een titel slechts worden gevoerd indien aan bepaalde vereisten wordt voldaan.
  • Gereserveerde activiteit: in dit geval kunnen beroepsactiviteiten slechts worden uitgeoefend indien de beoefenaar aan bepaalde vereisten voldoet.
  • Vereisten aan bedrijfsvoering: naast deze twee vormen van reglementering kunnen ook eisen worden gesteld aan onafhankelijkheid van personen en eisen aan de bedrijfsvoering (zoals door middel van eisen aan tuchtrecht en aandeelhouderschap).

Een voorbeeld van een beroep waar al deze beperkingen en eisen voor gelden is de registeraccountant. Zo kan alleen iemand die is ingeschreven in het register zichzelf registeraccountant noemen (titelbescherming). Daarnaast mag een wettelijke controle alleen door een ingeschreven accountant worden verricht (gereserveerde activiteit). Bovendien geldt als eis aan de bedrijfsvoering dat een accountantskantoor in meerderheid in handen moet zijn van accountants (vereisten aan bedrijfsvoering).

Terug naar boven

Nut en noodzaak van beroepsreglementering

Bij elke vorm van dienstverlening bestaat er een risico op gebrekkige uitvoering, schade aan personen en goederen of op aantasting van rechten. Een beperkt risico voor de beroepsbeoefenaar, de klant of derden is aanvaardbaar, maar wanneer deze risico’s te groot van omvang zijn dan is dat maatschappelijk ongewenst. In deze gevallen ligt ingrijpen vanuit de overheid voor de hand. Wanneer andere vormen van overheidsinterventie als het faciliteren van juridische geschilbeslechting, het vaststellen van bepaalde vereisten aan te leveren producten (zoals in het Bouwbesluit 2012) of het verbieden van bepaalde handelingen publieke belangen niet voldoende borgen, kan beroepsreglementering wenselijk zijn.

Het kritisch beoordelen van nieuwe eisen van beroepsreglementering is noodzakelijk, omdat restricties aan de uitoefening van een beroep de regeldruk voor bedrijven verhogen, het aantal potentiële beoefenaars verminderen en beroepsmobiliteit beperken. Dit leidt tot potentieel hogere werkloosheid en prijsopdrijvende effecten. Minder reglementering verbetert daarentegen de toegang tot beroepen, waardoor de mobiliteit van gekwalificeerde beroepsbeoefenaars binnen de interne markt wordt bevorderd en zo een flexibeler arbeidsmarkt en hogere economische groei kan worden bewerkstelligd.

Terug naar boven

Eisen aan beroepsreglementering

Het grootste deel van reglementerende eisen komt voort uit internationale verplichtingen. Daarnaast hebben lidstaten de mogelijkheid om zelf eisen te stellen aan bepaalde beroepen. Deze eisen moeten in overeenstemming zijn met de eisen die het EU-recht stelt.

Op grond van de Europese richtlijnen inzake beroepsreglementering (Richtlijn 2013/55/EU en Richtlijn (EU) 2018/958) moeten eisen van lidstaten die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, ten minste aan de volgende vereisten voldoen:

  • Non discriminatie:

Nieuwe of gewijzigde bepalingen van beroepsreglementering mogen niet direct of indirect discriminerend zijn op grond van nationaliteit of woonplaats. Zie artikel 5 van Richtlijn (EU) 2018/958.

  • Rechtvaardiging uit hoofde van een doelstelling van algemeen belang:

Nieuwe of gewijzigde eisen van beroepsreglementering moeten gerechtvaardigd zijn op grond van een doelstelling van algemeen belang, zoals bijvoorbeeld openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. Hierbij geldt dat redenen van zuiver economische aard of zuiver administratieve redenen geen redenen van algemeen belang vormen die een beperking van de toegang tot de uitoefening van gereglementeerde beroepen rechtvaardigen. Zie artikel 6 van Richtlijn (EU) 2018/958 voor een volledige lijst van gronden van algemeen belang die het instellen van eisen van beroepsreglementering kunnen rechtvaardigen.

  • Evenredigheid:
    Nieuwe of gewijzigde eisen moeten geschikt zijn om het doel te bereiken en mogen niet verder gaan dan nodig is. Bij het beoordelen van de evenredigheid moet onder meer rekening worden gehouden met de aard van de risico’s die zijn verbonden aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, de effecten op het vrije verkeer van personen en diensten in de Unie, op de keuzemogelijkheden voor de consument en op de kwaliteit van de dienstverlening, en de mogelijkheid gebruik te maken van minder beperkende maatregelen om de doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken. Zie artikel 7 van Richtlijn (EU) 2018/958 voor een uitgebreide beschrijving van alle evenredigheidseisen waaraan getoetst moet worden.

Bij het beoordelen van de evenredigheid is het ‘nationaal actieplan gereglementeerde beroepen’ dat het kabinet in 2015 heeft ontwikkeld ter invulling van de verplichtingen uit Richtlijn 2013/55/EU, behulpzaam. Dit actieplan is te vinden in de brief van de Minister van Economische Zaken van 23 maart 2015 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2014/15, 24036, nr. 409) en bevat een schema met vijf vragen en tevens vijf aandachtspunten die betrokken moeten worden bij de vraag of nieuwe of te wijzigen eisen van beroepsreglementering proportioneel zijn (de begrippen proportionaliteit en evenredigheid hebben dezelfde betekenis en kunnen dan ook door elkaar worden gebruikt).

Het schema met vragen dat doorlopen moet worden is het volgende:

schema
Tip: Klik op de afbeelding om te vergroten

Om te beoordelen of beroepsreglementering proportioneel is, moeten de bovenstaande vragen worden beantwoord, bijvoorbeeld ten aanzien van de omvang van de gevolgen en de bepaalbaarheid van de vaardigheden van de beroepsbeoefenaar. Hierbij geldt dat naarmate de contracteerbaarheid en bepaalbaarheid lager zijn en de gevolgen groter zijn, reglementering eerder voor de hand ligt. Zie voor een nadere toelichting bij dit schema paragraaf 3 van het nationaal actieplan gereglementeerde beroepen.

Terug naar boven

Overige aandachtspunten bij de evenredigheidsbeoordeling

Bij evaluaties van bestaande en bij invoering van nieuwe, aanvullende reglementering moet rekening worden gehouden met de volgende vijf aandachtspunten. Deze aandachtspunten komen tevens voort uit het eerder genoemde nationaal actieplan gereglementeerde beroepen.

a) Titelbescherming is slechts passend en effectief indien de risico’s voor de klant groot zijn en de klant het al dan niet hebben van een beschermde titel laat meewegen bij de keuze voor een beroepsbeoefenaar.

b) Een gereserveerde activiteit dient zo beperkt mogelijk te worden vormgegeven. Het is van belang om te bezien of er onderdelen binnen vallen die minder grote risico’s kennen en daarom minder of geen beroepsreglementering vergen.

c) Het is van belang dat de opleidingseisen van gereglementeerde beroepen specifiek op onderliggende publieke belangen zijn gericht. Er moeten geen opleidingseisen worden gesteld gericht op borging van belangen die zonder reglementering al voldoende geborgd zijn.

d) In veel gevallen wordt reglementering door of in samenspraak met de beroepsorganisatie opgesteld vanwege hun kennis en expertise. In bepaalde gevallen wordt ook de handhaving aan de beroepsgroep overgelaten. Als de overheid besluit reglementering te delegeren aan beroepsorganisaties dient te worden bezien of initiatieven van deze organisaties leiden tot proportionele reglementering en niet tot (al dan niet bewuste) uitsluiting van concurrentie.

e) Eisen van beroepsreglementering werpen significante toetredingsdrempels op. Bezien moet worden in hoeverre deze regels proportioneel zijn, waarbij het uitgangspunt “nee, tenzij” geldt.

Terug naar boven

Meer informatie

Terug naar boven

Contact

Overweeg je eisen van beroepsreglementering in te voeren of heb je behoefte aan meer informatie? Neem dan contact op met de contactpersoon van je departement of met het algemene e-mailadres beroepskwalificaties@minezk.nl.

Terug naar boven

Laatst gewijzigd op: 16-6-2020