Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Effecten op ontwikkelingslanden

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Beschrijving

De verplichte kwaliteitseis ‘Effecten op ontwikkelingslanden’ biedt een handleiding voor beleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen waarop te letten bij de introductie van nieuw beleid, wet- of regelgeving en wat te doen indien effecten op ontwikkelingslanden naar verwachting optreden. Het besluit om de kwaliteitseis te introduceren is gecommuniceerd in de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 18 mei 2018 (Kamerstukken II 2017/18, 26458, nr. 288). Het IAK is onder meer uitgebreid met de kwaliteitseis ‘Effecten op ontwikkelingslanden’, omdat Nederland daar een inspanning op moet leveren. Deze inspanningsverplichting komt voort uit de Nederlandse traditie op beleidscoherentie voor ontwikkeling (zie de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 13 juli 2018 met het actieplan, Kamerstukken II 2017/18, 33625, nr. 265). Dit houdt in dat het kabinet zich inzet om de negatieve effecten van niet-hulpbeleid op ontwikkelingslanden zoveel mogelijk te verminderen en de positieve effecten ervan zo groot mogelijk te maken. Beleidscoherentie voor ontwikkeling leidt zo tot een meer effectieve ontwikkelingsinspanning. Dit is niet alleen goed voor de wereld, maar ook goed voor Nederland (zie beleidsnota ‘Investeren in Perspectief’, Kamerstukken II 2017/18, 34952, nr. 1). Terwijl effecten op de meest relevante landen van geval tot geval zullen moeten worden vastgesteld, gebruikt deze kwaliteitseis dezelfde richtlijn als de EU, namelijk dat de focus zou moeten liggen op de minst ontwikkelde landen en andere landen die het meest in nood zijn (zie OESO-DAC lijst voor landen categorieën). Dit betekent overigens niet dat mogelijke gevolgen voor ontwikkelingslanden per sé de doorslag zouden moeten geven, maar wel dat zij moeten worden betrokken in de overwegingen. Dit verbetert de kwaliteit van en het draagvlak voor beleid, wet- en regelgeving. Aangezien het besluit over de kwaliteitseis een onderdeel is van het in lijn brengen van het IAK met de SDG ambities, staat in de uitwerking het SDG-raamwerk centraal (zie ook Sustainable Development Goals, SDG’s).

Visuele samenvatting kwaliteitseis

Stroomschema
Tip: Klik op de afbeelding om te vergroten

Toepassing

De gele velden zijn de start- en eindstadia van het proces van het doorlopen van de kwaliteitseis. De kwaliteitseis is opgesteld aan de hand van vier vragen, weergegeven in het blauw. Iedere vraag wordt begeleid door een korte handleiding, weergegeven in het grijs, die helpt bij de beantwoording van de vragen (PDF’s, hieronder toegankelijk via doorklikbare links). De groene onderdelen geven de acties/antwoorden weer van de beleidsmedewerker of wetgevingsjurist die de kwaliteitseis doorloopt.

Vraag 1: kan het voorstel effecten hebben op ontwikkelingslanden?

Gewenste antwoord: Ja/Nee. Met een toelichting op beleidsterreinen waardoor mogelijke effecten kunnen optreden en een inschatting van de grootte (substantieel of juist niet).

Vraag 2: welke effecten (positief of negatief, bedoeld of onbedoeld) heeft het voorstel naar verwachting op ontwikkelingslanden?

Gewenste antwoord: toelichting op mogelijke effecten op ontwikkelingslanden.

Vraag 3: wie worden mogelijk geraakt door deze effecten?

Gewenste antwoord: toelichting op groepen die mogelijk geraakt worden.

Vraag 4: zijn beleidsalternatieven of flankerende maatregelen overwogen om negatieve effecten tegen te gaan en positieve effecten te versterken?

Gewenste antwoord: toelichting. Geef hierbij aan in hoeverre consultaties zijn uitgevoerd, en hoe de uitkomsten zijn meegenomen. Zie wat te doen als effecten op ontwikkelingslanden naar verwachting optreden.

Je begint idealiter zo vroeg mogelijk met het doorlopen van de kwaliteitseis, dat wil zeggen zodra het voornemen voor nieuw beleid, wet of regelgeving vaste vorm krijgt. Dit biedt de beste kans dat de resultaten een serieuze rol spelen in de beleidsafweging en alternatieven worden meegenomen. Verwacht je dat effecten op ontwikkelingslanden niet aanwezig of niet substantieel zijn, dan kun je volstaan met een beantwoording van de eerste vraag. Verwacht je dat effecten substantieel zijn, dan is een meer gedetailleerde beantwoording nodig van alle vragen. Denk hierbij niet alleen aan de beleidsterreinen van hulp, handel en investeringen, maar ook aan beleid dat indirect gevolgen heeft voor ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld op het terrein van belastingen en klimaatverandering. Zie voor meer informatie beleidsterreinen waar Nederlands beleid invloed kan hebben op ontwikkelingslanden. Je kunt externe hulp inschakelen om effecten inzichtelijk te maken en waar mogelijk te kwantificeren (zie wat te doen als effecten op ontwikkelingslanden mogelijk optreden).

Resultaten van het doorlopen van de kwaliteitseis, dat wil zeggen de beantwoording van de vragen, neem je op in de beleidsbrief of in de memorie of nota van toelichting bij wetgeving, waarna het voorstel achtereenvolgens naar het ambtelijk voorportaal, onderraad of ministerraad en de Tweede en Eerste Kamer gaat. In de aanbiedingsbrief aan het ambtelijk voorportaal en de ministerraad kun je onder het kopje ‘Wat zijn de gevolgen?’ aangeven hoe, indien aan de orde, je de gevolgen voor ontwikkelingslanden hebt meegenomen (en wat je eraan hebt gedaan om deze, waar relevant en mogelijk, te mitigeren).

Meer informatie

Kenmerken
KenmerkToelichting
Voor wieBeleidsmedewerkers en wetgevingsjuristen
EigenaarMinisterie van Buitenlandse Zaken

Relevante toetsingsinstanties
Relevante toetsingsinstantiesToelichting
Rijksbrede wetgevingstoetsingInclusief uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H)
Relevante IAK-vragen
Relevante IAK-vragen
4 Wat is het doel?
7 Wat zijn de gevolgen?

Naar overzicht verplichte kwaliteitseisen

Laatst gewijzigd op: 29-01-2019