Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Rijksbrede wetgevingstoetsing

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Als je een voorstel voor een wet of een algemene maatregel van bestuur (amvb) maakt moet je dit voorstel, voordat je het voorlegt aan het ambtelijk voorportaal en de ministerraad, laten toetsen in het kader van de rijksbrede wetgevingstoetsing. Deze toets wordt uitgevoerd door de Sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid (JZW) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Bij de rijksbrede wetgevingstoetsing wordt getoetst aan de kwaliteitseisen voor wetgeving, zoals verwoord in de nota Zicht op wetgeving, de Aanwijzingen voor de regelgeving en alle in het IAK opgenomen eisen betrokken. Ook bekijkt JZW of er voldoende afstemming plaats heeft gevonden met JenV over onder meer de effecten van je voorstel voor uitvoerende en handhavende instanties en de verhouding van je voorstel tot JenV-wetgeving.

JZW controleert ook of afstemming met het OM, Raad voor de rechtspraak en Raad voor de rechtsbijstand heeft plaatsgevonden en is weergegeven in de toelichting. Op het aanbiedingsformulier voor de ministerraad wordt vermeld of JZW al dan niet akkoord is gegaan met het voorstel. Als JZW niet akkoord gaat, kan er ook een wetgevingsrapport worden opgesteld door JZW dat door het aanleverende ministerie wordt meegezonden met de stukken t.b.v. de ministerraad.

Beleidsvoorbereiding

Geef antwoord op de 7 IAK-vragen en houd je daarbij aan de eisen die de Aanwijzingen voor de regelgeving stellen. Heb je in je beleid te maken met een uitvoeringsinstantie? Betrek deze dan in je beleidsfase en voer Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H) uit. JZW controleert de verwerking van deze informatie in je wetsvoorstel. Om een goed beeld te krijgen van de uitvoeringsaspecten tijdens de voorbereiding van een voorstel gebruik je een uitvoeringsanalyse.

A-, B- en C-dossiers

Sinds 2009 wordt de wetgevingstoets selectief uitgevoerd. Dit houdt in dat bepaalde dossiers marginaal getoetst worden. Tegelijkertijd is de wetgevingstoetsing bij andere dossiers intensiever door een vroegtijdige betrokkenheid vanuit de rijksbrede wetgevingstoetsing. Hieronder staat welke criteria hiervoor gelden en welke procedure daarbij wordt gehanteerd.

Departementen en JenV-wetgevingssectoren geven bij aanlevering van hun dossier in het toetsloket aan of sprake is van een A-, B- of C-dossier. Bij verschil van inzicht hierover met JZW vindt nader overleg plaats. Om te voorkomen dat in een laat stadium, bijvoorbeeld pas bij behandeling in het ambtelijk voorportaal, problemen ontstaan over een dossier is het, bij twijfel over de vraag of sprake is van een A-dossier, verstandig om al in een eerder stadium aan JZW te melden dat sprake is van een A-dossier, zodat bij verschil van mening vroegtijdig overleg kan plaatsvinden.

Procedure bij dossiers
Cat.Omschrijving type dossierProcedure
ADossiers die volgens het departement zuiver technisch of minder zwaarwegend van aard zijn. Kenmerken: ontbreken van beleidsmatige keuzes, geringe gevolgen voor de handhaving of de uitvoering, geringe lasten voor burgers en bedrijven. Bijvoorbeeld: reparatiewetgeving, een veegwet; indexering of een periodieke aanpassing van bijv. bedragen.Het departement geeft aan welke categorie een dossier heeft, bij voorkeur in een vroegtijdig stadium van het wetgevingstraject. Bij verschil van inzicht hierover met JZW vindt nader overleg plaats.
A-dossiers worden marginaal door de rijksbrede-wetgevingstoetsing getoetst, en JZW kijkt bij de advisering voor het voorportaal/MR of er nog problemen zijn.
Uitgangspunt is dus dat de departementen de dossiers zelf toetsen.
Het betreffende departement verstuurt het stuk aan de rijksbrede wetgevingstoetsing uiterlijk gelijktijdig met verzending aan het voorportaal en geeft hierbij aan dat het een A-dossier betreft.
BDossiers die niet zuiver technisch of minder zwaarwegend van aard zijn maar ook geen versterkte aandacht vragen worden een “B-dossier”.Dossiers worden door het departement als een B-dossier aangereikt en door JZW op reguliere wijze getoetst.
CDossiers die volgens het departement versterkte aandacht vragen (bijvoorbeeld omdat het een grote stelselwijziging betreft), worden aangemerkt als ‘C-dossiers’.Over het dossier wordt vroeg in het proces betrokkenheid van JZW gevraagd (bij voorkeur vóór de startnotitie opdat de inzet van wetgeving als beleidsinstrument mede overwogen kan worden).

Procedure A-dossiers

A-dossiers worden door JZW marginaal getoetst op een paar punten (wettelijke grondslag, overgangsrecht, inwerkingtredingsbepaling en bij implementatie aanwezigheid transponeringstabel) in het stadium van behandeling in het ambtelijk voorportaal. Dossiers worden door het aanleverend departement gelijktijdig met verzending aan het ambtelijk voorportaal aan JZW verstuurd (via het Kiwi-toetsloket).

Procedure B-dossiers

Na verwerking van de consultatie in je voorstel, stuur je het wetsvoorstel of voorstel voor een algemene maatregel van bestuur aan JZW via het Kiwi-toetsloket. Vervolgens beoordeelt JZW het voorstel aan de hand van de 7 IAK-vragen en de Aanwijzingen voor de regelgeving.

JZW controleert ook of de U&H-toets goed is uitgevoerd door de uitvoeringsinstantie(s) en verantwoord in de tekst. Voorstellen moeten uiterlijk drie weken vóór behandeling in een ambtelijk voorportaal zijn aangeboden voor toetsing door JZW via het Kiwi-toetsloket. Zie ook:

Procedure C-dossiers

Indien een departement een intensievere betrokkenheid van JZW of andere onderdelen van JenV wil, gebeurt dit doorgaans vroeg in het ontwerpproces. Het departement maakt over de aard en de frequentie van die betrokkenheid afspraken met JZW.

Contact 

Relevante verplichte kwaliteitseisen
Relevante verplichte kwaliteitseisenToelichting
Aanwijzingen voor de RegelgevingEisen aan de vormgeving van wet- en regelgeving en het proces waarin deze tot stand komen.
Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H)Verplicht instrument om de beoogde en niet-beoogde gevolgen van ontwerp-regelgeving voor de organisaties die met de uitvoering worden geconfronteerd in kaart te brengen.
Relevante IAK-vragen
Relevante IAK-vragen
1 Wat is de aanleiding?
2 Wie zijn betrokken?
3 Wat is het probleem?
4 Wat is het doel?
5 Wat rechtvaardigt overheidsinterventie?
6 Wat is het beste instrument?
7 Wat zijn de gevolgen?

Laatst gewijzigd op: 27-6-2018