Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

7.6 Evalueren en monitoren van beleid

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Monitoring en evaluatie geven inzicht in de gevolgen van een voorstel in de praktijk. Door middel van evaluatie probeer je de effectiviteit en efficiëntie van beleid of wetgeving te beoordelen. Je kan een voorstel op verschillende momenten en manieren evalueren en daarmee verschillende doelstellingen nastreven. Als je voor invoering van een voorstel onderzoek doet naar bijvoorbeeld de effectiviteit is er sprake van een ex-ante evaluatie. Monitoring is een vorm van evaluatie waarbij je na invoering van beleid of wetgeving inzicht probeert te krijgen in de voortgang van de uitvoering en doelrealisatie om waar nodig te kunnen bijsturen. Bij ex-post evaluatie gaat het om het beoordelen van een voorstel na verloop van tijd op effectiviteit en efficiëntie. Een ex-post evaluatie kan naast verantwoordingsinformatie aan de Tweede Kamer ook weer input vormen voor een ex-ante evaluatie van een nieuw voorstel.

Evaluatieverplichtingen

Of een voorstel geëvalueerd moet worden is in veel gevallen wettelijk bepaald. De Regeling periodiek evaluatieonderzoek schrijft voor dat beleid dat (mede) wordt gevoerd op grond van één of meer beleidsartikelen uit de rijksbegroting eens in de vier tot zeven jaar geëvalueerd wordt in een beleidsdoorlichting. Subsidies die op een wettelijke grondslag berusten dienen eenmaal in de vijf jaar geëvalueerd te worden. Zie ook artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten aanzien van wet- en regelgeving geldt Ar 5.58 Evaluatiebepaling en Ar 2.42 Evaluatie experimenteerregeling van de Aanwijzingen voor de regelgeving

Evaluatieparagraaf

Het is verplicht om in de toelichting van wets- of beleidsvoorstellen die tot een substantiële beleidswijziging leiden een evaluatieparagraaf op te nemen waarin staat aangegeven of en hoe het voorstel geëvalueerd gaat worden. Zie voor meer informatie hierover de aangenomen motie Van Weyenberg/Dijkgraaf[1] van de Tweede Kamer en de toezegging om hieraan gehoor te geven.[2] Je kan in de evaluatieparagraaf toelichting geven op het soort evaluatie, de gekozen indicatoren, in te zetten evaluatiemethoden, benodigde gegevens, planning en uitvoerder van de evaluatie.

Zie Voorbeeld monitoring en evaluatie van een beleidsvoorstel waarin monitoring en evaluatie aan de hand van een fictieve casus wordt toegelicht.

Soorten evaluatie:

  • Ex-ante evaluatie  
    In een ex-ante evaluatie worden één of meerdere beleidsopties onderzocht op mogelijke gevolgen. Ex-ante evaluaties vinden voorafgaand aan de invoering van een voorstel plaats en kunnen ingaan op bijvoorbeeld de potentiële effectiviteit en efficiëntie, verwachte neveneffecten en uitvoerbaarheid.
  • Monitoring
    Door te monitoren verzamel en analyseer je tijdens de uitvoering van het beleid relevante informatie over de uitvoering van het beleid en de mate waarin de doelen zijn bereikt. Dergelijke informatie kun je gebruiken om tussentijds de stand op te maken en eventueel aanpassingen te doen of na verloop van tijd te gebruiken bij een ex post evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie.
  • Ex-post evaluatie
    Nadat het beleidsvoorstel is uitgevoerd beoordeel je na verloop van tijd (ex post) wat de gerealiseerde effecten en efficiëntie van het uitgevoerde voorstel zijn geweest. Er zijn verschillende soorten ex post evaluaties:
    - Bij een beleids- of wetsevaluatie bekijk je de gerealiseerde effectiviteit en efficiëntie van het beleids- of wetsvoorstel. Hierbij geef je aan in hoeverre de beleidsdoelen dankzij de inzet van het beleidsinstrument of de wet zijn gerealiseerd en in hoeverre dat efficiënt is geweest. De Regeling periodiek evaluatieonderzoek bevat informatie op welke aspecten een beleidsevaluatie dient in te gaan.
    - Bij het uitvoeren van een beleidsdoorlichting licht je het beleid dat (mede) wordt gevoerd op grond van een begrotingsartikel uit de rijksbegroting ten minste één keer in de zeven jaar door. Zie voor meer informatie de Regeling periodiek evaluatieonderzoek en de Handreiking beleidsdoorlichtingen.

 

Voetnoten

[1] Kamerstukken II 2016/17, 34725, nr. 8 (Motie Van Weyenberg en Dijkgraaf).

[2] Kamerstukken II 2017/18, 31865, nr. 105, blz. 2-3 (Brief Minister van Financiën).

 
Relevante verplichte kwaliteitseisen
Relevante verplichte kwaliteitseisenToelichting
Aanwijzingen voor de regelgevingEisen aan de vormgeving van wet- en regelgeving en het proces waarin deze tot stand komen.

Laatst gewijzigd op: 12-11-2018