Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Toezicht op gedecentraliseerde taken

Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving

Bij decentralisatie van taken doet de vraag zich voor hoe toezicht op deze taken wordt vormgegeven. Met de Wet revitalisering generiek toezicht is het merendeel van de specifieke toezichtsarrangementen afgeschaft, en vervangen door generiek toezicht. Deze lijn geldt als uitgangspunt bij nieuw beleid.

Dit houdt in dat eventueel toezicht in beginsel generiek is en dat het is belegd bij de naasthoger gelegen bestuurslaag (in casu de provincie), tenzij deze aanwijsbaar geen expertise heeft op het betreffend domein.

Uitgangspunten 

De volgende uitgangspunten gelden:

  1. Kaders stellen vooraf in plaats van toezicht achteraf
    Het Rijk oefent invloed uit op de uitvoering van medebewindstaken via algemeen verbindende voorschriften en algemene beleidskaders vóóraf, en dus niet via toezicht áchteraf.
  2. Monitoring, onderzoek en evaluatie in plaats van toezicht
    Als een minister stelselverantwoordelijk is voor een bepaald beleidsdomein, wordt niet door middel van toezicht informatie verkregen, maar door middel van beleidsmonitoring, beleidsonderzoek en beleidsevaluatie. Indien hieruit blijkt dat er sprake is van een structureel kwaliteitstekort bij de uitvoering, ligt de oplossing niet in meer of ander toezicht. De oplossing ligt wel in aanpassing van de wet of van de condities (financiën of deskundigheidsbevordering) waaronder gemeenten en/of provincies deze wet moeten uitvoeren.
  3. Toezicht nodig? Dan generiek! (tenzij….)
    Voor zover er aanleiding is voor interbestuurlijk toezicht, wordt volstaan met de (gerevitaliseerde en herijkte) generieke toezichtinstrumenten in de Provinciewet en de Gemeentewet. Specifieke toezichtbepalingen zijn afgeschaft. Uitzonderingen op generiek interbestuurlijk toezicht is het toezicht bij uitvoeringsvervlechting, functioneel bestuur, en financieel toezicht.
  4. Toepassing van de toezichtsinstrumenten wanneer?
    De generieke toezichtinstrumenten worden toegepast als er strijd is met het algemeen belang of met het recht (schorsing en vernietiging). Of als een decentrale overheid de sectorwet niet of niet naar behoren uitvoert (in de plaatsstelling bij taakverwaarlozing).
  5. Toezicht door wie?
    Het toezicht op de gemeenten ligt primair bij de provincie; het toezicht op provincies ligt bij het Rijk. Bij het toezicht op gemeenten wordt van dit nabijheidprincipe slechts afgeweken voor die terreinen waarop de provincies geen taak hebben en daarom inhoudelijke expertise missen. In deze situaties houdt het Rijk toezicht op gemeenten. Deze uitzonderingen dienen te zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 124b Gemeentewet.
  6. Welk toezicht?
    Het verticale toezicht maakt meer plaats voor meer horizontale vormen van toezicht (controle en verantwoording) en kwaliteitsborging.
  7. Welke informatiestromen?
    Minder specifiek toezicht en een soberder inzet van het generieke toezicht leiden ertoe dat de verantwoordingslast van decentrale overheden vermindert. Gegevensstromen dienen zodanig op elkaar te worden afgestemd dat gegevens eenmalig worden uitgevraagd en meervoudig worden gebruikt. Informatieuitvraag gebeurt op basis van de Spelregels Interbestuurlijke Informatie (pdf).

Uitzonderingsgevallen waarin specifiek toezicht is toegestaan 

Er dient terughoudend te worden omgegaan met het creëren van specifieke toezichtsarrangementen. Er zijn echter enkele uitzonderingen op dit uitgangspunt:

  1. Uitvoeringsvervlechting
    Heeft betrekking op de situatie waarbij een hogere bestuurslaag een eigen wettelijke operationele verantwoordelijkheid heeft en daarbij volledig is aangewezen op een decentrale uitvoeringsorganisatie (bijvoorbeeld Veiligheidsregio’s).
  2. Functioneel bestuur
    Ook als functioneel bestuur moet worden ingepast in algemeen beleid (bijvoorbeeld het toezicht op de waterschappen) is er reden om het specifieke toezicht te handhaven.
  3. Financieel toezicht
    Vindt plaats volgens het beginsel Single Information Single Audit. Je leest hierover meer bij 7.3 Gevolgen voor overheid - Decentrale overheden

Toezichtinformatie 

Alle spelers in het interbestuurlijke toezicht dienen in het nieuwe stelsel over bepaalde informatie te beschikken om hun rol te kunnen vervullen. Deze informatie is bij voorkeur zo eenduidig mogelijk en is vooraf vastgelegd in het informatiearrangement.

Je leest hierover meer bij

Meer informatie 

Relevante toetsingsinstanties 

Relevante toetsingsinstantiesToelichting
V&J rijksbrede wetgevingstoetsingInclusief uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (U&H)
BZK interbestuurlijkIndien decentrale overheden betrokken

Laatst gewijzigd op: 27-6-2018