Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 222 (Onderhandelingsdelegaties)

Draaiboek voor de regelgeving

Op de organisatorische opzet van de voorbereiding, de inventarisatie van (mede)betrokken ministeries en de wijze van betrekken van die ministeries bij de voorbereiding van een te sluiten verdrag, zijn nr. 7, 8 en 9 van overeenkomstige toepassing. Er wordt interdepartementaal overlegd welke ministeries in de onderhandelingsdelegatie vertegenwoordigd zullen zijn (waarbij ernaar wordt gestreefd de omvang van de delegatie zo beperkt mogelijk te houden) en wat de in te nemen standpunten zullen zijn. Ook wordt waar nodig overleg gevoerd met de kabinetten van de Gevolmachtigde Ministers van Aruba, CuraƧao en Sint Maarten. In bijzonder belangrijke gevallen wordt de samenstelling en het mandaat van de delegatie in de (rijks)ministerraad aan de orde gesteld (artikel 4, tweede lid, onder d, van het Reglement van orde voor de ministerraad). Bij bilaterale onderhandelingen zal de delegatie zelden of nooit een geloofsbrief nodig hebben. Bij multilaterale onderhandelingen is dat vaak wel het geval. De geloofsbrief wordt door de Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt.

Laatst gewijzigd op: 12-9-2018