Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 226 (Parlementaire betrokkenheid in de onderhandelingsfase)

Draaiboek voor de regelgeving

Met betrekking tot verdragen die worden gezien als ’politiek belangrijk' (mede afhankelijk van signalen uit de samenleving) dient bij het begin van de onderhandelingen aan de betrokken Kamercommissies (van beide kamers der Staten-Generaal en in voorkomend geval ook aan de Staten van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten), een zo volledig mogelijke schets verstrekt te worden van het onderwerp waarover onderhandeld wordt, rekening houdend met de ten aanzien van de onderhandelingspartners geboden zorgvuldigheid. Deze informatieverstrekking en eventueel overleg daarover tussen regering en parlement, dienen zo mogelijk openbaar te zijn; vertrouwelijkheid kán echter noodzakelijk zijn.

Ontwerpteksten van politiek belangrijke verdragen dienen, wanneer zij definitief vastgesteld zijn en als de verdragspartners daartegen geen bezwaar hebben (en als er tijd voor is) nog vóór de ondertekening aan het parlement te worden voorgelegd, zodat desgewenst aan de hand daarvan een discussie plaats kan vinden over de opportuniteit van ondertekening. De meest betrokken bewindspersoon dient deze informatie aan het parlement te verstrekken, na vooroverleg met eventuele andere in belangrijke mate betrokken departementen waaronder in ieder geval het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Directie Juridische Zaken).

Om het parlement ook een betere opening te bieden voor vragen of overleg met betrekking tot in onderhandeling zijnde verdragen waarover de regering niet al in het kader van het politiek belang uit eigen beweging informatie heeft verstrekt, wordt periodiek (op wens van de Tweede Kamer in beginsel viermaal per jaar) een lijst verstrekt van alle ontwerpverdragen waarover onderhandeld wordt. Dit met de bedoeling dat over ieder verdrag desgewenst nog tijdig vóór het afronden van de onderhandelingen overleg kan plaatsvinden tussen parlement en regering. De bedoeling is dat deze informatieverstrekking betrekking heeft op het stadium waarin op basis van concrete teksten onderhandeld wordt. Vermelding is dus niet nodig als er nog slechts verkennende besprekingen plaatsvinden over onderhandelingen. Deze lijst is openbaar. Als niet bekend mag worden dat er onderhandelingen plaatsvinden, wordt het ontwerp verdrag niet op de lijst opgenomen (artikel 1, derde lid, van de Rijkswet). Eventueel vindt de opgave dan op vertrouwelijke basis plaats (vierde lid), zie voorts de memorie van antwoord bij de Rijkswet, Kamerstukken II 1990/91, 21214, nr. 8, p. 2-3). De coördinatie met betrekking tot de samenstelling van de lijst en
daaruit voortvloeiende verzoeken om informatie en overleg worden door de Afdeling Verdragen van de directie Juridische Zaken van Buitenlandse Zaken verzorgd.

Ministeries die ontwerpverdragen initiëren, dienen dit met het oog op de samenstelling van de lijst direct te melden aan de Afdeling Verdragen van de directie Juridische Zaken (zie ook nr. 220).

Laatst gewijzigd op: 12-9-2018