Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 172 (Opstellen van het nader rapport)

Draaiboek voor de regelgeving

Na ontvangst van het advies wordt op het ministerie een nader rapport opgesteld, waarin op de opmerkingen van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt ingegaan. Op elk advies moet - zoals impliciet verwoord in artikel 26, tweede lid, van de Wet op de Raad van State - een nader rapport volgen, ook indien ontwerp-amvb naar aanleiding van het advies of om andere redenen niet wordt ingediend (zie nr. 42).

Voor het begin en het slot van het nader rapport is een model opgenomen in de bijlage bij dit Draaiboek. Het nader rapport volgt de indeling in genummerde onderdelen en geletterde subonderdelen (zie nr. 40) van het advies van de Afdeling. Het geheel of gedeeltelijk weergeven in het nader rapport van het advies van de Afdeling moet achterwege worden gelaten, tenzij dat noodzakelijk is voor het betoog (zie Ar 7.13). De niet genummerde korte inleiding aan het begin van het advies en het dictum aan het slot van het advies worden in het nader rapport niet van een reactie voorzien.

Voorts moet in het nader rapport in voorkomende gevallen worden ingegaan op de door de Afdeling gemaakte redactionele kanttekeningen, die in een bijlage bij het advies zijn opgenomen en waarop de laatste genummerde opmerking van het advies betrekking heeft (zie nr. 40). Wanneer deze kanttekeningen onverkort worden overgenomen kan met een verklarende zin hierover in het nader rapport worden volstaan (bijvoorbeeld: "De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn verwerkt."). Indien naar aanleiding van de kanttekening geen wijzigingen zijn aangebracht, moet dit apart worden toegelicht. Bovenstaande zin kan worden aangevuld met: ”…, met uitzondering van…”

Wijzigingen, voor zover niet van zeer ondergeschikte aard, die in dit stadium nog in de ontwerp-amvb of de nota van toelichting worden aangebracht, moeten aan het slot van het nader rapport, in een toegevoegd afzonderlijk genummerd onderdeel, worden toegelicht (zie Ar 7.13 en nr. 44).

Op de gelijktijdig met het advies aan het ministerie toegezonden lijst met "ambtelijk door te geven kanttekeningen" (te onderscheiden van de als bijlage bij het advies opgenomen "redactionele kanttekeningen", zie nr. 40) behoeft in het nader rapport niet te worden ingegaan.

Indien het advies van de Afdeling ingrijpende kritiek op de inhoud of vormgeving van de ontwerp-amvb bevat (dat is het geval als het advies een van de "zware dicta" bevat volgens de in nr. 40 aangehaalde formulering 4 of 5, moet het ontwerp in verband met de aan de opmerkingen van de Afdeling te verbinden gevolgen, opnieuw door de ministerraad worden behandeld (Ar 7.14). Het nader rapport en de gewijzigde ontwerp-amvb worden voor aanbieding aan de ministerraad ter toetsing voorgelegd aan de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (zie nr. 10). De ministerraad kan ook tijdens de eerste behandeling van de ontwerp-amvb, dus geheel los van het advies van de Afdeling, besluiten dat het ontwerp, voor het wordt ingediend, opnieuw aan de orde moet worden gesteld. Bij een hernieuwde ministeraadsbehandeling moeten het advies van de Afdeling, het concept-nader rapport, en de (aangepaste) ontwerp-amvb met nota van toelichting aan de ministerraad worden voorgelegd.

Laatst gewijzigd op: 4-9-2018