Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 129 (Grondslag voor initiatiefvoorstellen)

Draaiboek voor de regelgeving

In hoofdstuk 2 is de totstandkoming van wetten in formele zin op voorstel van de regering beschreven. In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de totstandkoming van wetten in formele zin op voorstel van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (initiatiefvoorstellen).

In beginsel zijn de regering en de Tweede Kamer gelijkwaardig waar het gaat om het initiëren van wetgeving in formele zin. Slechts op enkele punten schrijft de Grondwet uitdrukkelijk voor dat een wetsvoorstel door de regering moet worden ingediend, bijvoorbeeld in de artikelen 29 en 30 ((erf)opvolging van de Koning) en in artikel 105, (algemene begrotingswetten). Voor deze onderwerpen is het recht van initiatief derhalve uitgesloten.

Initiatiefvoorstellen worden ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Grondwet ingediend door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ingevolge artikel 82, derde lid, van de Grondwet worden voorstellen van wet, in te dienen door de Tweede Kamer, bij haar door één of meer leden aanhangig gemaakt. Door deze bepaling is het recht van een Tweede Kamerlid om een initiatiefvoorstel aanhangig te maken, grondwettelijk gewaarborgd.

De wijze van totstandkoming van initiatiefvoorstellen verschilt op een aantal punten van die van gewone wetten in formele zin. In dit verband kan worden gedacht aan het ontbreken van ambtelijke interdepartementale voorbereiding en aan procedurele verschillen, bijvoorbeeld met betrekking tot de advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State.

De Aanwijzingen voor de regelgeving zijn voor Kamerleden die een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig maken (de initiatiefnemers) niet bindend (vergelijk de toelichting bij Ar 1.2). Wel plegen de aanwijzingen in de praktijk te worden gevolgd en moeten zij door ambtenaren die bijstand verlenen worden toegepast. Voorschriften over de totstandkoming van regels die zijn neergelegd in wettelijke regelingen, gelden wel gelijkelijk voor initiatiefvoorstellen en regeringsvoorstellen. Gedacht kan worden aan bepalingen over het vermelden van financiële gevolgen (zie nr. 131). Ook initiatiefvoorstellen dienen vanzelfsprekend regelingen van hogere orde in acht te nemen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan notificatieverplichtingen (zie nr. 261a e.v.).

In dit hoofdstuk wordt zoveel mogelijk de opzet gevolgd die in hoofdstuk 2 voor de totstandkoming van regeringsvoorstellen is gehanteerd.

Laatst gewijzigd op: 4-12-2018