Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 9 (Wijze van betrekken van andere uitvoeringsorganisaties, geïnteresseerden en ministeries bij de voorbereiding)

Draaiboek voor de regelgeving

Indien een ministerie bestaande wetgeving wil wijzigen of nieuwe wetgeving tot stand wil brengen, dient daarover contact te worden opgenomen met de (centrale) wetgevingsafdeling van de ministeries die deze wijzigingen mede aangaan. Dit geldt temeer wanneer men voornemens is wijzigingen in de wetgeving van een ander ministerie aan te brengen. In deze gevallen geldt het onderstaande. Tevens wordt verwezen naar de Handleiding medebetrokkenheid en medeondertekening, waarin de Aanwijzingen voor de regelgeving die medebetrokkenheid betreffen, alsmede enige praktijksituaties op een rij worden gezet.

Aan de betrokkenheid van andere ministeries bij een wetsvoorstel kan op verschillende manieren vorm worden gegeven. In veel gevallen, bijvoorbeeld indien een ministerie slechts bij een bepaald onderdeel of aspect van de wet is betrokken, kan worden volstaan met ambtelijk overleg. Dit is afhankelijk van de aard van de materie, de politieke wensen of opportuniteit en de gebruiken. In sommige gevallen wordt het overleg gestart door een briefwisseling tussen de ministers of staatssecretarissen waarbij al een meer of minder nauwkeurige afgrenzing van de aard en het doel van het overleg wordt gegeven. In andere gevallen wordt het overleg geheel op ambtelijk niveau gevoerd. In dergelijke gevallen dient erop te worden gelet dat tijdig aan de departementsleiding wordt gerapporteerd. Van het gevoerde overleg en de resultaten daarvan moet in het standaard aanbiedingsformulier voor de ambtelijke voorportalen, onderraden en de (rijks)ministerraad melding worden gemaakt door aan te geven met welke departementen het voorstel is voorbereid en of al dan niet op ambtelijk niveau overeenstemming is bereikt. Het kan ook wenselijk zijn dat de betrokkenheid van andere ministeries blijkt door medeondertekening. De hoofdregel is echter dat een regeling wordt ondertekend door één bewindspersoon, tenzij de voordracht is gedaan “mede namens” een of meer andere bewindspersonen of er bijzondere redenen zijn om de gelijkwaardigheid van de verantwoordelijkheid van de verschillende bewindspersonen in de ondertekening tot uitdrukking te brengen (zie Ar 4.33). Indien het onderwerp van een regeling de portefeuilles van meerdere bewindspersonen van hetzelfde ministerie raakt, is gezamenlijke betrokkenheid en ondertekening door beiden niet nodig, maar wel mogelijk. De volgorde van ondertekening wordt (mede) bepaald door de mate van betrokkenheid bij het te regelen onderwerp. Zie hiervoor Ar 4.33 tot en met 4.37 en de Handleiding medebetrokkenheid en medeondertekening. Vanzelfsprekend dient met een ministerie waarmee tijdens de voorbereiding overleg is gevoerd ook contact te worden onderhouden bij het vervolg van de behandeling, voor zover het daarbij gaat om het onderdeel of het aspect dat het betrokken ministerie in het bijzonder raakt.

Wat betreft betrokkenheid bij en ondertekening van de verschillende stukken tijdens het totstandkomingsproces, zie Ar 4.40, 4.52, 4.53 en 6.29.

Uitvoeringsorganisaties kunnen in het kader van U&H (zie het onderdeel ‘Verplichte kwaliteitseisen’ van het IAK) betrokken worden bij wetgeving in voorbereiding. De uitvoeringstoets wordt uitgevoerd voorafgaande aan toetsing van het voorstel door de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid (JZW) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en wordt in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel toegelicht (Ar 4.43 en 4.44). In het IAK zijn een reeks vragen opgenomen die in de voorbereiding van het voorstel met uitvoeringsorganisaties aan bod dienen te komen.

Voor internetconsultatie zie nr. 9a.

Laatst gewijzigd op: 3-12-2018