Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 18 (Algemeen)

Draaiboek voor de regelgeving

Tijdens de voorbereiding en de parlementaire behandeling van wetsvoorstellen worden van bij het wetgevingsproces betrokken organen, adviezen en commentaren ontvangen. Het kan daarbij gaan om gevraagde en ongevraagde adviezen. In deze paragraaf wordt uitsluitend aandacht besteed aan de adviezen die door het kabinet (of door de meest betrokken ministers) worden gevraagd, met uitzondering van de advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State over regeringsontwerpen, die in nr. 35 tot en met 46 wordt behandeld. Daarbij kan het zowel gaan om door officiële adviescolleges uitgebrachte adviezen als om commentaren van personen en organisaties die vanwege hun representativiteit dan wel deskundigheid worden gehoord of hun commentaren hebben ingebracht via www.internetconsultatie.nl.

In de toelichting bij de regeling moet worden ingegaan op de ontvangen adviezen en commentaren en hetgeen naar aanleiding daarvan is gewijzigd in de regeling, dan wel gemotiveerd worden aangegeven op welke punten een advies of commentaar niet is overgenomen (Ar 4.44).

Algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk zijn te vinden in de Kaderwet adviescolleges. In deze wet is onder meer de bevoegdheid van de Tweede Kamer om zich rechtstreeks - dat wil zeggen niet door tussenkomst van de bewindspersoon - tot adviescolleges te wenden voor het vragen van advies, vastgelegd. Alle adviescolleges hebben te allen tijde de bevoegdheid om ongevraagd te adviseren. Daarnaast bevat de Kaderwet adviescolleges bepalingen omtrent de samenstelling en werkwijze van adviescolleges. Een adviesaanvraag moet schriftelijk worden gedaan door de minister wie het aangaat (artikel 17 van de Kaderwet adviescolleges). Op grond van diverse specifieke wettelijke bepalingen bestaan er adviestaken voor bepaalde instanties, bijvoorbeeld:

Let ook op de afspraken die in de Code interbestuurlijke verhoudingen zijn gemaakt. De Code interbestuurlijke verhoudingen geeft een adviestermijn. In overige gevallen kies zelf een redelijke termijn. Indien het advies niet tijdig wordt uitgebracht (wanneer de adviestermijn in de adviesaanvraag is verstreken) dan hoeft niet op het advies te worden gewacht (de artikelen 3:6, tweede lid, en 3:9a van de Algemene wet bestuursrecht).

Bij wetgeving die gemeenten raakt wordt afhankelijk van het onderwerp soms ook advies gevraagd aan het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, de Vereniging van Wethouders, de Vereniging van Gemeentesecretarissen, de Vereniging van Griffiers, Raadslidnu.nl en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken.

De bevoegdheid van bepaalde instanties volgt uit hun instellingsbesluit. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Adviescollege toetsing regeldruk (artikel 2, tweede lid, van het Instellingsbesluit Adviescollege toetsing regeldruk) en het Bureau ICT-Toetsing (artikel 2 van het Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing).

Laatst gewijzigd op: 20-8-2019