Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 33 (Algemeen)

Draaiboek voor de regelgeving

In artikel 125, eerste lid, onder m, van de Ambtenarenwet is bepaald dat bij of krachtens amvb voorschriften worden vastgesteld over de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt.

Deze overlegverplichting is op bovensectoraal niveau nader uitgewerkt in de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. Volgens deze regeling dient de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij regelingen die specifiek betrekking hebben op overheids- en onderwijspersoneel in het algemeen overleg te voeren met de centrales van overheidspersoneel en de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers, verenigd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid voordat een dergelijke regeling tot stand wordt gebracht.

De overlegverplichting is ook nader uitgewerkt op sectoraal niveau. Voorbeelden hiervan zijn het overleg met de sectorcommissie Defensie (Besluit georganiseerd overleg sector Defensie) en het overleg met de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken (Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994). In de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel (artikel 105 e.v. van het Algemeen Rijksambtenarenreglement) wordt overleg gevoerd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het rijkspersoneel.

De verplichting tot het sectoroverleg is veelal gebaseerd op een inhoudelijk criterium, namelijk of het aan de orde zijnde onderwerp van algemeen belang is voor de rechtspositie van het personeel. Dit criterium brengt mee dat overleg gevoerd moet worden over duidelijk rechtspositionele zaken als bezoldiging, verlof en dergelijke. Voor invoeren en wijzigen van regelingen met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren geldt dat overeenstemming moet worden bereikt met een meerderheid van de in het sectoroverleg vertegenwoordigde vakorganisaties alvorens tot regelgeving kan worden overgegaan. De overlegverplichting geldt echter ook voor meer algemene onderwerpen waaraan gevolgen voor de rechtstoestand van overheidspersoneel zijn verbonden. Een taakstelling van de overheid zelf is wel onderwerp van overleg maar niet een onderwerp waarover met de vakorganisaties overeenstemming moet worden bereikt. Over een ontwerpregeling die ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers met een arbeidsovereenkomst, is alleen overleg nodig over de speciale gevolgen voor ambtenaren en hun regelingen. Over wijziging van die regelingen is in dit geval geen overeenstemming nodig mits het totaal van rechten en verplichtingen daardoor over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt. Bij twijfel over de vraag of over een ontwerpregeling overleg moet worden gevoerd met organisaties van overheidspersoneel en/of over een ontwerpregeling overeenstemming moet worden bereikt met de vakorganisaties, verdient het aanbeveling contact op te nemen met de afdeling Arbeidsvoorwaarden en Pensioen, directie Ambtenaar en Organisatie, DGOO van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toekomstig recht

Eind 2016 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in de Eerste Kamer aanvaard, in maart 2017 bekrachtigd en in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2017, 123). De Wnra regelt dat voor de meeste ambtenaren het private arbeidsrecht gaat gelden, net als voor werknemers in het bedrijfsleven. Om de Wnra in werking te kunnen laten treden moet bestaande wet- en regelgeving in overeenstemming worden gebracht met de Wnra. De planning is erop gericht om de Wnra, tegelijk met de benodigde invoerings- en aanpassingsregelgeving, per 1 januari 2020 in werking te laten treden.

Laatst gewijzigd op: 20-8-2019