Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 10 (Toetsing van ontwerp-regelingen)

Draaiboek voor de regelgeving

De sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid (JZW) van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid toetst wetgeving op rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit (Ar 7.4 (Wetgevingstoets)). Hierbij worden de kwaliteitseisen voor wetgeving zoals verwoord in de nota Zicht op wetgeving, de Aanwijzingen voor de regelgeving en alle in het IAK opgenomen eisen betrokken. Alle voorstellen van (rijks)wet, alle ontwerpen van algemene maatregelen van (rijks)bestuur en nota's van wijziging met inhoudelijke betekenis die worden uitgebracht tijdens de fase van voorbereiding door een Kamercommissie van de plenaire behandeling door de Tweede Kamer, worden hiertoe aan Justitie en Veiligheid voorgelegd. Wetsvoorstellen, ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur en nota’s van wijziging waarover de Afdeling advisering van de Raad van State wordt gehoord (zie nr. 61) worden getoetst voordat zij ter behandeling aan de (rijks)ministerraad, onderraad of een ambtelijk voorportaal worden aangeboden.

JZW is sinds september 2008 gestart met selectieve toetsing. Deze werkwijze vloeit voort uit de nota “Vertrouwen in wetgeving”. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de departementen voor het waarborgen van de kwaliteit van de eigen regelgeving. JZW wordt hierbij door het departement meer intensief betrokken bij wetgevingsdossiers die meer aandacht vragen, en minder intensief bij eenvoudige dossiers.

Hierbij vindt een indeling in drie categorieën plaats. Dossiers die volgens het departement zuiver technisch of minder zwaarwegend van aard zijn (bijv. vanwege het ontbreken van beleidsmatige keuzes, geringe gevolgen voor de handhaving of
de uitvoering, geringe lasten voor burgers en bedrijven, etc.), worden hierbij door het departement aangemerkt met categorie A. Deze “A-dossiers” worden niet door JZW getoetst. Het betrokken departement zendt JZW het stuk uiterlijk gelijktijdig met verzending aan het voorportaal en geeft hierbij aan dat het een A-dossier betreft. Dossiers die volgens het ministerie niet zuiver technisch of minder zwaarwegend van aard zijn en ook geen versterkte aandacht vragen worden aangemerkt als “B-dossier”; zij worden op de reguliere wijze door JZW getoetst. Dossiers die volgens het departement versterkte aandacht vragen (bijvoorbeeld omdat het een grote stelselwijziging betreft), worden aangemerkt als “C-dossier”, Hierover kan vroeger in het proces betrokkenheid van JZW worden gevraagd, bijvoorbeeld (afhankelijk van het te toetsen dossier en de benodigde expertise) in de fase van het verkennen van opties ten behoeve van een startnotitie of op het moment dat er een eerste concept van het wetsvoorstel ligt.

Het resultaat van de wetgevingstoets moet worden vermeld in het standaard aanbiedingsformulier voor de ambtelijke voorportalen, onderraden en de (rijks)ministerraad of al dan niet overeenstemming met het Ministerie van Justitie en Veiligheid is bereikt.

Met het oog op de aanbiedingstermijnen voor de behandeling van stukken in de ministerraad of een onderraad, dienen te toetsen regelingen minimaal drie weken voor die behandeling aan Justitie en Veiligheid te worden aangeboden. Justitie en Veiligheid streeft ernaar binnen twee weken een reactie te geven. Bij omvangrijke of complexe ontwerpen of bij onderwerpen waarbij specifieke Justitiebelangen aan de orde zijn, verdient het aanbeveling om het ministerie zo vroeg mogelijk in te lichten, zodat afspraken kunnen worden gemaakt over de toetsingstermijn. Justitie en Veiligheid maakt overigens ook jaarlijks met de ministeries afspraken over de mate, de vorm en het tijdstip van betrokkenheid bij de voorbereiding van regelgeving en over de accenten die bij de toetsing worden gelegd.

Ingevolge Ar 7.5 vindt een meer intensieve toetsing van ontwerpregelingen plaats op:
- effecten voor het particuliere bedrijfsleven (inclusief administratieve lasten), de sociaal economische ontwikkeling en de marktwerking;
- gevolgen voor het milieu;
- uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

Uit de toelichting bij de desbetreffende regeling moet blijken dat aan deze aspecten aandacht is besteed. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van het bij het te regelen onderwerp meest betrokken ministerie. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid stuurt ontwerpregelingen die haar worden voorgelegd in het kader van de wetgevingstoets door aan de Ministeries van Financiën, EZK en BZK. Daar wordt bezien of de effectenanalyse op genoemde aspecten in de toelichting bij de regeling voldoende verantwoord is. De volledige teksten van de gehanteerde toetsingskaders - bedrijfseffectentoets, de Milieueffectentoets en de Handleiding effectmeting uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zijn te vinden in het IAK.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toetst beleids- en wetsvoorstellen van het Rijk waarin een rol is weggelegd voor provincies , gemeenten en Bonaire, St Eustatius en Saba (Caribische landen). Het doel hiervan is de kwaliteit van de interbestuurlijke verhoudingen in ons land te bewaken en te bevorderen. Het ministerie heeft een Beoordelingskader Interbestuurlijke verhoudingen opgesteld, aan de hand waarvan de ministeries de relevantie van regelgeving op rijksniveau voor decentrale overheden in kaart kunnen brengen (zie Kamerstukken II 2004/05, 29800 VII, nr. 15). Indien in een regeling taken worden opgedragen aan decentrale overheden, indien bestuursinstrumenten (met name specifieke uitkeringen) worden ingevoerd of indien de regeling anderszins direct of indirect consequenties heeft voor decentrale overheden, moet hieraan in de toelichting bij de regeling aandacht worden besteed. Voor de beoordeling van deze aspecten wordt in een zo vroeg mogelijk stadium contact opgenomen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Laatst gewijzigd op: 22-8-2018