Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 71 (Overnemen van amendementen)

Draaiboek voor de regelgeving

Indien de bewindspersoon zich kan vinden in een ingediend amendement kan hij bij zijn beantwoording verklaren dat hij het amendement overneemt (artikel 100, eerste lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer). Het verdient aanbeveling dat de bewindspersoon in de eerste termijn slechts het voornemen tot overnemen van het amendement uitspreekt. In de tweede termijn, dan wel tijdens de artikelsgewijze behandeling (zie nr. 67), kan vervolgens de daadwerkelijke overneming plaats hebben. Het voordeel hiervan is dat de woordvoerders in tweede termijn hun oordeel over dit voornemen kunnen geven. Een amendement is pas overgenomen nadat de bewindspersoon de wens daartoe te kennen heeft gegeven, vervolgens is gebleken dat geen van de in de vergaderzaal aanwezige Kamerleden daartegen bezwaar heeft en ten slotte de voorzitter van de vergadering expliciet heeft medegedeeld dat het amendement is overgenomen. Vanaf dat moment wordt het amendement onderdeel van het wetsvoorstel en maakt het geen afzonderlijk onderwerp van beraadslaging meer uit (artikel 100, tweede lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer); er wordt dan ook niet apart over gestemd. Na de mondelinge overneming wordt het amendement door het Bureau Wetgeving in de bij-tekst van het wetsvoorstel verwerkt (zie hierover nr. 60). Het
amendement wordt dus niet nog eens in de vorm van een nota van wijziging gegoten (Ar 6.31). Evenmin behoeft een overgenomen amendement te worden ingetrokken. In het geval dat een bewindspersoon meerdere amendementen overneemt die tekstueel niet volledig op elkaar aansluiten kunnen de tekstuele ongerechtigheden na overname hersteld worden door middel van een nota van wijziging. Tijdens een wetgevingsoverleg kunnen amendementen niet worden overgenomen (artikel
100, derde lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer). Van het overnemen van een amendement in de zin van artikel 100 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer dient te worden onderscheiden het geval dat een nota van wijziging wordt ingediend met dezelfde strekking of zelfs met dezelfde inhoud als een reeds eerder ingediend amendement. In dit geval blijft het amendement onderwerp van de beraadslaging uitmaken. De indiener van het amendement zal, afhankelijk van de mate waarin door de nota van wijziging aan zijn wensen is tegemoet gekomen, moeten afwegen of hij zijn amendement intrekt, wijzigt of handhaaft.

Laatst gewijzigd op: 23-8-2018