Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Bijlage 2. Checklist startgesprek ambtelijke bijstand initiatiefvoorstel

Draaiboek voor de regelgeving

Bij een startgesprek over een initiatiefvoorstel zijn bij voorkeur de volgende personen aanwezig:

  1. de initiatiefnemer (met eventueel een medewerker);
  2. de ambtenaar die bijstand verleent (met eventueel een coördinerend wetgevingsjurist of sector-/afdelingshoofd);
  3. een wetgevingsjurist van Bureau Wetgeving.

De behandelend ambtenaar stelt de volgende zaken aan de orde:

1. Het verduidelijken van de kaders van de ambtelijke bijstand

  1. Bespreek het karakter van ambtelijke bijstand
    • Het gaat om bijstand van juridische en wetgevingstechnische aard.
    • De behandelend ambtenaar valt onder ministeriële verantwoordelijkheid, maar spreekt niet namens de minister.
    • De behandelend ambtenaar neemt vertrouwelijkheid in acht.
    • Als de behandelend ambtenaar met de initiatiefnemer meegaat naar gesprekken met derden dient hij aan deze derden duidelijk te maken wat zijn rol en positie is. Hij spreekt tegenover deze derden niet namens de minister en voert ook niet het woord namens de initiatiefnemer.
  2. Vertel wat er wordt geschreven in het kader van ambtelijke bijstand
    • Het formuleren van wetsteksten.
    • Het juridisch inhoudelijke en wetgevingstechnische deel van de memorie van toelichting (doorgaans het artikelsgewijs deel).
    • Antwoorden van juridische en wetgevingstechnische aard tijdens de schriftelijke of mondelinge behandeling.
  3. Bespreek welke feitelijke en financiële informatie in het kader van ambtelijke bijstand wordt geleverd
    • Feitelijke informatie die beschikbaar is binnen het departement, al dan niet door het inschakelen van een beleidsdirectie, die nodig is voor het opstellen van het algemeen deel van de memorie van toelichting.
    • De financiële gevolgen van het voorstel, doorgerekend door de directie Financieel-Economische Zaken.
    • De uitvoeringsconsequenties bij de instanties die onder de verantwoordelijkheid van de betrokken bewindspersoon vallen;
    • Het in kaart brengen van de regeldrukeffecten, al dan niet met hulp van de departementale regeldrukcoördinator.
    • De standpunten van belanghebbenden via internetconsultatie.

Kabinetsbeleid bij initiatiefwetgeving

De behandelend ambtenaar attendeert bij het startgesprek de initiatiefnemer op het kabinetsbeleid bij initiatiefwetgeving.[1] Het kabinet hecht er bijvoorbeeld grote waarde aan dat het wetsvoorstel uitvoerbaar en handhaafbaar is en dat de financiële gevolgen en de budgettaire dekking in beeld zijn. Gedurende de fase van het opstellen van een initiatiefvoorstel zal de eerstverantwoordelijke bewindspersoon desgevraagd of op eigen initiatief de initiatiefnemer informeren over de vraag of voorzien is in budgettaire dekking van het voorstel, en zo niet, op welke wijze daarin voorzien kan worden. In verband hiermee is het wenselijk dat de initiatiefnemer vroegtijdig over deze specifieke kwestie contact opneemt met de eerstverantwoordelijke bewindspersoon, zodat deze informatie desgewenst meegewogen kan worden bij de verdere ontwikkeling van het voorstel en bij de planning en fasering van de inwerkingtreding. Het kabinet beoogt een integrale afweging van wetsvoorstellen en de gevolgen daarvan op andere onderdelen van de rijksbegroting. De juridische en wetgevingstechnische bijstand die wordt verleend en de informatie die wordt verstrekt in het kader van de ambtelijke bijstand kan bijdragen aan een voorstel dat voldoet aan de eisen die het kabinet aan wetgeving stelt.

  1. Bespreek welke stappen in het wetgevingsproces worden ondersteund in het kader van ambtelijke bijstand
  • De ambtelijke bijstand wordt gedurende het gehele wetgevingsproces geleverd en is van juridische en wetgevingstechnische aard. Zie de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar 7.23 tot en met 7.26) en het Draaiboek voor de regelgeving (Draaiboek nr. 129 tot en met 156) en de Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving.

NB: ambtelijke bijstand omvat niet:

  • Het schrijven van de, in het algemeen deel van de memorie van toelichting op te nemen, onderbouwing van het voorstel;
  • Het maken van inhoudelijke keuzes voor de initiatiefnemer.

2. Wat moet worden geregeld in het initiatiefvoorstel?

  • Probeer met doorvragen de concrete wens van de initiatiefnemer duidelijk te krijgen. Welk probleem wil hij/zij oplossen? Het idee moet voldoende zijn uitgewerkt om te kunnen worden vertaald naar concrete wetteksten. Ambtelijke bijstand betekent niet het uitwerken van een algemene notie in uiteenlopende opties/wetteksten waaruit de initiatiefnemer vervolgens kan kiezen.

Voorbeeld idee dat nader moet worden uitgewerkt

Het verzoek “geef de politie extra bevoegdheden” is te algemeen, maar een verzoek om de politie de bevoegdheid te geven om kraakpanden te ontruimen – een bevoegdheid die zij overigens als gevolg van een initiatiefwet inmiddels al heeft – is voldoende specifiek.

3. Praktische afspraken maken over de samenwerking

  1. Vraag de initiatiefnemer zo nodig om het probleem en de gekozen oplossing op papier te zetten.
  2. Verdeel gezamenlijk de taken over de initiatiefnemer en zijn fractiemedewerker, de ambtenaar die bijstand verleent en eventueel Bureau Wetgeving. Wie doet wat?
  3. Maak afspraken over de planning.
  4. Geef duidelijk aan hoeveel tijd aan een initiatiefvoorstel kan worden besteed en hoe snel zal worden gereageerd op e-mails en telefoontjes. Dit biedt helderheid wat kan worden verwacht.
  5. Wissel contactgegevens uit.

 

Voetnoot

[1] Zie onder meer de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 februari 2017 aan de Voorzitter van de Eerste Kamer, Kamerstukken I 2016/17, 34550, T, en de brief van de Minister voor Rechtsbescherming van 13 juli 2018 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer en de Voorzitter van de Eerste Kamer (Kamerstukken II 2017/18 34775, nr. 86 en Kamerstukken I 2017/18, 34550, Z). Zie ook paragraaf 3.

Laatst gewijzigd op: 26-11-2018