Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Bijlage 1. Modelbrief beantwoording verzoek ambtelijke bijstand initiatiefvoorstel

Draaiboek voor de regelgeving

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
t.a.v. mevrouw / de heer ....... [naam initiatiefnemer]
Postbus 20018
2500 EA  DEN HAAG

Datum: ........

Onderwerp: Verzoek om ambtelijke bijstand bij initiatiefwetsvoorstel inzake ...... [aanduiding onderwerp]

 

Geachte mevrouw/heer .....,

Naar aanleiding van uw brief van ....... waarin u verzoekt om ambtelijke bijstand ten behoeve van bovengenoemd initiatiefwetsvoorstel, bericht ik u dat deze kan worden verleend door [naam ambtenaar], [functieaanduiding] bij [naam afdeling/sector] van de [naam directie] van mijn ministerie ([telefoonnummer]; [e-mail]).

Zoals blijkt uit aanwijzing 7.23 van de Aanwijzingen voor de regelgeving en de daarop gegeven toelichting heeft de ambtelijke bijstand primair betrekking op het formuleren van het voorstel (juridische en wetgevingstechnische bijstand) en daarmee verband houdende passages in de artikelsgewijze toelichting.

Het opstellen van het algemeen deel van de memorie van toelichting, die de motivering en onderbouwing van het voorstel bevat, is een taak van de initiatiefnemer. Ook moeten daarin de eventuele financiële gevolgen voor de rijksbegroting en/of voor decentrale overheden worden vermeld (artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 en artikel 2 van de Financiële-Verhoudingswet). Voor het verkrijgen van binnen het ministerie beschikbare feitelijke informatie ten behoeve van het algemeen deel van de memorie van toelichting kan een beroep worden gedaan op degene die ambtelijke bijstand verleent. De gevolgen voor de rijksbegroting kunnen eventueel worden doorgerekend door de directie FEZ van mijn ministerie.[1]

Bij de verlening van ambtelijke bijstand wordt uiteraard vertrouwelijkheid in acht genomen.

Graag verzoek ik u met de hierboven genoemde ambtenaar contact op te nemen voor het maken van een afspraak voor een startgesprek, waarin nadere werkafspraken kunnen worden gemaakt over de mate van inzetbaarheid en waarin de te verrichten werkzaamheden nader in kaart kunnen worden gebracht. Ik geef u in overweging daarvoor ook een medewerker van het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer uit te nodigen.

Ten slotte verzoek ik u om een schriftelijke weergave van ideeën over de in het initiatiefwetsvoorstel te vervatten regeling voorafgaand aan het startgesprek aan de hierboven genoemde ambtenaar te zenden.

De Minister / Staatssecretaris van/voor [naam portefeuille],

namens deze,

 

 

[Naam directeur]

Directeur [Naam directie]

 

Voetnoot

[1] Zie ook de aanwijzingen 7.23 tot en met 7.26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, de nummers 129 tot en met 156 van het Draaiboek voor de regelgeving en de Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving.

Laatst gewijzigd op: 16-10-2018