Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

3.2 Inspanningen bij de schriftelijke en mondelinge behandeling

Trefwoord(en): Ambtelijke bijstand

Draaiboek voor de regelgeving

De eerstverantwoordelijke bewindspersoon verstrekt tijdens de schriftelijke en mondelinge behandeling van een initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer alle inlichtingen en adviezen die van hem worden gevraagd en waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat. Hij maakt ook ‘eigener beweging, zowel in de schriftelijke als in de mondelinge fase, alle opmerkingen die hij dienstig acht om te komen tot een goed wetgevingsproduct’ (zie artikel 68 van de Grondwet en Ar 7.24, eerste en tweede lid).[1] De bewindspersoon beantwoordt in ieder geval de vragen die specifiek tot hem zijn gericht.

Het kan voorkomen dat in het (voorlopig) verslag niet alleen vragen worden gesteld aan de initiatiefnemer, maar ook aan de regering. Gebruikelijk is dat de eerstverantwoordelijke bewindspersoon daarop door de Kamer wordt geattendeerd. Dergelijke vragen worden schriftelijk beantwoord via een brief van de bewindspersoon. Het kan nuttig zijn met deze brief te wachten tot de initiatiefnemer de nota naar aanleiding van het verslag of de memorie van antwoord heeft ingediend.

Formeel heeft een bewindspersoon bij de behandeling van een initiatiefvoorstel de rol van adviseur van de Kamer. Als zodanig neemt hij bij de mondelinge behandeling plaats in vak K (Tweede Kamer) of achter de regeringstafel (Eerste Kamer). Hij komt aan het woord na de initiatiefnemer (artikel 116, derde lid, van het Regelement van Orde van de Tweede Kamer). Dit geldt ook voor eventuele reacties op amendementen.

De bewindspersoon geeft bij de mondelinge behandeling het in de minsterraad behandelde, soms zeer gedetailleerde, kabinetsstandpunt doorgaans in algemene termen. Over het algemeen zal een bewindspersoon nog terughoudend zijn met het geven van definitieve opvattingen, omdat het eindoordeel door de ministerraad pas wordt gegeven bij de bekrachtiging (zie paragraaf 3.3). Bij het advies dat de eerstverantwoordelijke bewindspersoon namens het kabinet over het voorstel uitspreekt bij de Kamerbehandeling zal de vraag naar de dekking nadrukkelijk een rol spelen. Indien een voorstel ingrijpend budgettaire consequenties heeft, waarvoor de initiatiefnemer niet zelf een oplossing heeft gevonden, zal het advies daarover dus negatief kunnen uitvallen. Tevens zal de eerstverantwoordelijke bewindspersoon daarbij aangeven op welke wijze deze zich voorneemt budgettaire dekking te zoeken bij aanneming van het voorstel en welke eventuele gevolgen dit heeft voor wat betreft de planning en fasering van de inwerkingtreding van het voorstel.

 

Voetnoot

[1] Net als bij een regeringsvoorstel moet voor de bewindspersoon ten behoeve van de mondelinge behandeling een dossier worden voorbereid met een algemene spreektekst en Q&A’s.

Laatst gewijzigd op: 26-11-2018