Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Nr. 235 (Algemeen)

Draaiboek voor de regelgeving

Met betrekking tot verdragen worden in de (rijks)ministerraad in principe gelijktijdig aan de orde gesteld de ondertekening, de goedkeuringswijze (stilzwijgend of uitdrukkelijk, vooraf of achteraf), de goedkeuringsstukken, eventuele aflegging van een verklaring van voorlopige toepassing en de eventuele uitvoeringswetgeving. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. Indien er een duidelijk politiek of zakelijk belang is bij directe ondertekening kan het zich met name bij multilaterale verdragen voordoen dat de ondertekening in de raad aan de orde wordt gesteld, terwijl de goedkeurings- of uitvoeringsstukken nog niet klaar zijn of zelfs niet meteen met de voorbereiding van de goedkeuringsprocedure kan worden begonnen. Het aanbiedingsformulier waarmee in een dergelijk geval de ondertekening in de raad aan de orde wordt gesteld, vermeldt bij voorkeur wat de planning is van de betrokken bewindspersonen ten aanzien van de opstelling van de goedkeurings- en eventuele uitvoeringsstukken. Een andere uitzondering betreft de situatie dat een wijziging van een verdrag niet door middel van een verdragsondertekening, maar bijvoorbeeld reeds in een resolutie is vastgelegd. In dat geval wordt aan de (rijks)ministerraad verzocht in te stemmen met de wijziging en met de parlementaire goedkeuringswijze.

Op grond van artikel 27, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk is tussen de landen van het Koninkrijk een Onderlinge regeling inzake de samenwerking bij de implementatie van verdragen tot stand gekomen (Stcrt. 2010, 19006). Kern van deze onderlinge regeling is dat, indien het de bedoeling is dat een verdrag gaat gelden voor het gehele Koninkrijk, elk land een implementatieplan, zoals genoemd in artikel 1 van de onderlinge regeling, opstelt wanneer uitvoeringswetgeving noodzakelijk is. Een implementatieplan maakt inzichtelijk welke maatregelen onder andere op wetgevingsgebied een land zal moeten treffen, voordat het verdrag geratificeerd kan worden voor dat land. De Onderlinge regeling bevat een format voor een implementatieplan. De bepalingen in het Statuut en de Onderlinge regeling beogen een verbeterde samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk op wetgevingsgebied, zodat een snellere ratificatie van een verdrag voor meerdere delen van het Koninkrijk mogelijk wordt. De implementatieplannen worden uitgewisseld, opdat de landen van het Koninkrijk kennis kunnen nemen van elkaars analyse van de verdragsverplichtingen en de wijze waarop deze in de landen worden geïmplementeerd.

Een implementatieplan voor Nederland bevat informatie over de voorgestelde implementatie voor het betreffende Europese deel, het Caribische deel (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) of voor beide delen ingeval van een implementatie voor heel Nederland.

Als een land een implementatieplan heeft opgesteld, dan kan dit bij de agendering van het voorstel tot goedkeuring van een verdrag voor de RKR/RMR op het aanbiedingsformulier (onder het kopje “inhoud en doelstelling van het voorstel”) worden aangegeven. Bij vermelding zullen de ingevulde implementatieplannen worden gevoegd bij het aanbiedingsformulier.

Laatst gewijzigd op: 12-9-2018