Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

1.1.6.a Verdragen

Handleiding Wetgeving en Europa

De Europese Unie kan verdragen sluiten met derde landen of internationale organisaties op basis van artikel 218 VWEU, die op grond van artikel 216 VWEU ook verbindend zijn voor de lidstaten.

Tevens kunnen de lidstaten onderling verdragen of overeenkomsten sluiten (‘interne’ verdragen), die in beginsel dienen ter uitvoering of ter aanvulling van het VWEU. Verdragen gesloten door de Europese Unie kunnen implementatie door de lidstaten vereisen. Soms blijkt dit uit een expliciete opdracht aan de lidstaten, soms brengt de nuttige werking van het desbetreffend verdrag dit met zich mee. Echter, soms zal een dergelijk verdrag opgenomen worden of (deels) worden uitgevoerd in een Unierechtelijke handeling, zoals bijvoorbeeld een verordening of richtlijn.

Een andere vraag is wanneer de EU bevoegd is tot het sluiten van verdragen en wanneer de lidstaten, zie voor meer informatie over de bevoegdheid van de EU tot het sluiten van verdragen de site van het expertisecentrum Europees Recht.

Voorbeeld
Een voorbeeld hiervan is het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, 25 juni 1998. Trb. 2001, nr. 273). Met betrekking tot de Europese instellingen is dit verdrag uitgevoerd door middel van verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PbEU, L 264/13).