Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

3.6.6.d Internationale verplichtingen

Kennisbank

Naast interne moeilijkheden en overmachtsituaties, kunnen ook internationaalrechtelijke verplichtingen de implementatie van Europees recht belemmeren. Het kan voorkomen dat een Europees besluit strijdig is met een door de lidstaat aangegane overeenkomst met een derde land, waardoor de lidstaat het Europese besluit niet kan implementeren zonder haar internationaal-rechtelijke verplichtingen te schenden. Voor zover dergelijke internationale overeenkomsten zijn gesloten na de inwerkingtreding van het EG-Verdrag, geldt de voorrangsregel, waardoor het Europees recht voorrang krijgt. Deze voorrangsregel is mede ingegeven door het beginsel van gemeenschapstrouw, op basis waarvan lidstaten geacht worden geen verplichtingen aan te gaan die strijdig zijn met gemeenschapsrecht (HvJ EG zaak C-6/64, Costa/ENEL, Jur. 1964, p. 1203).

Internationaalrechtelijke verplichtingen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het EG-Verdrag zijn aangegaan kunnen in heel uitzonderlijke gevallen wel een rechtvaardiging voor niet-nakoming opleveren. Artikel 351 VWEU bepaalt namelijk dat deze eerdere verdragsrechtelijke verplichtingen gerespecteerd moeten worden. Lidstaten zijn volgens het Hof echter wel verplicht om met passende middelen de onverenigbaarheid tussen de Europese regelgeving en de internationale verplichtingen op te heffen, bijvoorbeeld door, indien mogelijk, de internationale overeenkomst op te zeggen (HvJ EG zaak C-158/91, Levy, Jur. 1993, p. I-4287). Deze rechtvaardigingsgrond heeft dus ook een zeer beperkt bereik en zal waarschijnlijk in de praktijk van minimaal belang zijn.