Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

3.5.3.c Implementatie dmv bestaand recht

Handleiding Wetgeving en Europa

In sommige gevallen vindt implementatie (gedeeltelijk) plaats door middel van bestaand recht. Daarbij zijn zoals aanwijzing 9.13 aangeeft, twee verschillende situaties te onderscheiden:

  1. Het bestaand recht voldoet reeds aan de richtlijn doordat er eerder gebruik is gemaakt van implementatie door middel van dynamische verwijzing, die de nieuwe te implementeren richtlijn dekt. In dit geval vindt er wel een materiële wijziging van de inhoud van het recht  plaats.
  2. Het bestaand recht voldoet reeds inhoudelijk aan de te implementeren richtlijn, anders dan door dynamische verwijzing. In dit geval is er in feite geen sprake van een wijziging van het materiële recht, met dien verstande dat het bestaande recht nu ook ter uitvoering van een Europese verplichting dient.

Vanwege het belang van de kenbaarheid van deze wijzigingen, geldt in beide gevallen de verplichting om mededeling te doen in de Staatscourant van (zie aanwijzing 9.13):

  • de titel van de richtlijn
  • de bestaande nationale regelingen waarmee voldaan wordt aan de richtlijn;
  • de datum met ingang waarvan de te implementeren regeling in de Nederlandse rechtsorde van toepassing is, dan wel vanaf welk tijdstip wijzigingen van de desbetreffende bepalingen van de bindende EU-rechtshandeling doorwerken in het Nederlandse recht;
  • de  transponeringstabel.

Deze Staatscourantpublicatie kan vervolgens in de IDB worden opgenomen.
Wanneer er echter wel een implementatieregeling vereist is naast de bestaande regelgeving zal in de toelichting bij die regeling reeds uiteengezet worden hoe de bindende EU-rechtshandeling wordt geïmplementeerd, met inbegrip van de implementatie door middel van bestaand recht. In dat geval kan, zoals de aanwijzing aangeeft, een aparte mededeling achterwege  blijven.

Een voorbeeld uit het verleden van een mededeling in de Staatscourant kan gevonden worden in het kader van de implementatie van richtlijn nr. 89/397/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake de officiële controle op levensmiddelen (PbEG L 186). Deze richtlijn bevatte de algemene beginselen voor de uitoefening van de officiële controle op levensmiddelen. Deze beginselen maken reeds deel uit van de Warenwet en van de taak van het Staatstoezicht (met name van de Hoofdinspectie voor de Gezondheidsbescherming) uit hoofde van die wet, zodat het niet noodzakelijk werd geoordeeld ter uitvoering van bedoelde richtlijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te passen.  Desalniettemin werd het wenselijk geacht, zichtbaar te maken dat eerdergenoemde officiële controle geschiedt met inachtneming van de richtlijn. Een in de Staatscourant gepubliceerde aanwijzing (Stcrt. 1992, 83) voor de hoofdinspecteur voor de gezondheidsbescherming en de veterinaire hoofdinspecteur om bij de vervulling van hun wettelijke taak de richtlijn in acht te nemen, strekte daartoe.