Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

3.3.10.b BNC

Handleiding Wetgeving en Europa

De interdepartementale werkgroep ter ‘Beoordeling van Nieuwe Commissievoorstellen’ (hierna: BNC) staat onder voorzitterschap van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en komt wekelijks bijeen om alle nieuwe voorstellen van de Europese Commissie voor beleid en regelgeving te bespreken. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken distribueert als coördinerend ministerie dagelijks deze voorstellen onder de BNC-leden. Ze worden wekelijks op een lijst geplaatst ten behoeve van de vergadering.

Onder auspiciën van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is door de werkgroep BNC een ‘Leidraad BNC’ ontwikkeld over de taak, activiteiten en werkwijze van de werkgroep. Verder wordt er melding van gemaakt in de Aanwijzingen voor de regelgeving (zie aanwijzing 9.15).

De werkgroep BNC heeft een belangrijke taak in het signaleren van nieuwe beleidsvoornemens en voorstellen uit Brussel en het inschatten van de gevolgen ervan. Hiertoe wordt van sommige mededelingen met voornemens en voorstellen voor Europese regelgeving een ‘BNC-fiche’ gemaakt.

Er zijn twee fiche-sjablonen, te weten:

  • sjabloon Wet- en regelgeving en;
  • sjabloon Mededeling voor mededelingen en aanbevelingen

Het doel van het BNC-fiche is vierledig: ten eerste wordt met het fiche vroegtijdig nagedacht over de eventuele consequenties van een Brussels voorstel. In een BNC-fiche worden namelijk de inhoud en doelstelling van het nieuwe voorstel beschreven met daarbij een inschatting van de mogelijke gevolgen van het voorstel. In een BNC-fiche wordt een samenvatting van het Europese beleidsvoornemen of voorstel voor Europese regelgeving gegeven en worden de eventuele gevolgen (zoals financiële, juridische en beleidsmatige gevolgen of gevolgen voor decentrale overheden) voor Nederland, de Europese Unie en ontwikkelingslanden in kaart gebracht.

Ten tweede zorgt het BNC-fiche ervoor dat interdepartementaal wordt besloten welke van de departementen (en eventueel decentrale overheden) betrokken en verantwoordelijk is/zijn in het kader van het beleidsvoornemen of voorstel in kwestie. In de werkgroep BNC wordt in het kader van de beleidsvoornemens en voorstellen die worden besproken een eerstverantwoordelijk departement aangewezen. Dit departement (en eventueel de decentrale overheden) is penvoerder bij het opstellen van het BNC-fiche. Verder is dit departement over het algemeen ook verantwoordelijk in de verdere onderhandelingen over het voorstel en bij de implementatie van eenmaal totstand gekomen Europese regelgeving in de Nederlandse rechtsorde. In sommige gevallen zijn er meerdere departementen betrokken. Deze departementen hebben vanzelfsprekend een eigen verantwoordelijkheid voor de implementatie van het gedeelte van de Europese regelgeving dat ziet op hun beleidsterrein.

Ten derde wordt door middel van het BNC-fiche een interdepartementaal afgestemde eerste aanzet gemaakt voor het Nederlandse oordeel over het voorstel en het standpunt dat Nederland in de onderhandelingen in Brussel zal innemen. Het BNC-fiche bevat niet louter een descriptieve weergave van het beleidsvoornemen of voorstel in kwestie, maar houdt ook een Nederlandse beoordeling van het voorstel in. Voorstellen worden bijvoorbeeld getoetst op subsidiariteit en proportionaliteit, nadat eerst is bekeken of de Europese Unie tot optreden bevoegd is.  Het BNC-fiche bevat verder in ieder geval  altijd een onderdeel over de Nederlandse opstelling in Brussel met een eerste aanzet voor het Nederlandse standpunt in de onderhandelingen. Het Nederlandse oordeel met betrekking tot een voorstel kan met het oog op de Brusselse onderhandelingsdynamiek worden afgezwakt of juist worden versterkt.

Ten vierde speelt het BNC-fiche een rol in de informatievoorziening naar het nationale parlement. BNC-fiches worden in beknopte vorm (zonder het besloten deel van het krachtenveld) verzonden naar de beide Kamers der Staten-Generaal en naar de Nederlandse leden van het Europees Parlement.

In de Rijkswet tot de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon (Stb. 2008 , nr. 301) is in artikel 4 een procedure opgenomen voor het parlementair behandelvoorbehoud. Dit parlementaire voorbehoud is uitgewerkt in de Procedureregeling parlementair behandelvoorbehoud van de Tweede Kamer. Kort gezegd komt het er op neer dat indien de Kamer een voorstel voor EU-regelgeving van zodanig politiek belang acht dat zij over de behandeling daarvan op bijzondere wijze wenst te worden geïnformeerd. De Kamer stelt de regering daarvan schriftelijk in kennis, waarna de regering onverwijld na de mededeling hiervan een parlementair voorbehoud in de EU dient aan te tekenen in het kader van de voor de behandeling van het voorstel te volgen wetgevingsprocedure. Zie hierover uitgebreid de procedureregeling parlementair behandelvoorbehoud op de site van de Tweede Kamer en het reglement van orde van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Zie verder in relatie tot het behandelvoorbehoud over het Protocol rol nationale parlementen en protocol toepassing subsidiariteit en evenredigheid onderdeel 3.3.9. Voor JBZ-zaken geldt een instemmingsrecht, zie onderdeel 3.3.11b.

Aanwijzing 9.14 bepaalt dat onderhandelaars wetgevingsjuristen zo vroeg mogelijk moeten betrekken bij de onderhandelingen over Europese regelgeving in wording, uiterlijk bij de opstelling van het BNC-fiche over het voorstel in kwestie. In de werkafspraken opgenomen in de Leidraad BNC staat dat de opsteller van een fiche het ontwerpfiche altijd afstemt met de directie/afdeling Juridische Zaken.

In het kader van de BNC-procedure gelden strikte en korte termijnen. Met het parlement is afgesproken dat BNC-fiches op korte termijn na publicatie van het nieuwe voorstel aan het parlement worden aangeboden. Om dit te bereiken gelden bij de totstandkoming van de fiches strikte termijnen. De termijnen is voor zowel het ‘fiche wet- en regelgeving’ mededelingen zes weken gerekend vanaf het moment dat de engelstalige versie van het voorstel beschikbaar is. Indien de Kamer echter een behandelvoorbehoud of een subsidiariteitstoets heeft aangekondigd over het voorstel geldt een termijn van drie weken. BNC-fiches hebben altijd Kamerstuknummer 22 112.

Meer informatie

  • Aanwijzingen voor de regelgeving: aanwijzing 9.15
  • Draaiboek voor de regelgeving: nrs. 278 en 280
  • Sjablonen BNC-fiches, Leidraad BNC en Toelichtingsdocument opstellen BNC-fiches.