Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

2.4.2 Omgang met kennelijke onjuistheden

Handleiding Wetgeving en Europa

Soms kan er een vermoeden bestaan dat Europese regelgeving een onjuistheid bevat. Of er daadwerkelijke sprake is van een kennelijke onjuistheid kan bijvoorbeeld blijken uit een vergelijking van de verschillende taalversies van de betreffende Europese regelgeving. In de Europese Unie geldt namelijk het beginsel van gelijkwaardigheid van alle officiële talen. Dat betekent dat alle taalversies van Europese regelgeving in gelijke mate authentiek zijn. Er kan dus worden nagegaan of er uit de verschillende taalversies discrepanties blijken door ze naast elkaar te leggen. Ook kan het voorkomen dat taalversies weliswaar dezelfde uitkomsten opleveren maar dat er desalniettemin een kennelijke onjuistheid lijkt te bestaan (die dus in alle taalversies is geslopen), bijvoorbeeld dat er sprake is van spelfouten, grammaticale onjuistheden etc. Daarnaast kan het voorkomen dat er echt inhoudelijke fouten in Europese regelgeving staan.

Als er sprake is van een kennelijke onjuistheid zijn er drie manieren om met kennelijke onjuistheden om te gaan. Interpretatie, rectificatie en ten slotte modificatie (inhoudelijke aanpassing van de Europese regelgeving) zijn oplossingen om kennelijke onjuistheden te herstellen.

Wanneer een kennelijke onjuistheid inhoudt dat Europese regelgeving op verschillende manieren in de verschillende talen van de Europese Unie is opgenomen, kan interpretatie een uitkomst bieden. Indien dit het geval is, moet de juiste interpretatie volgens het Hof van Justitie worden afgeleid uit de algemene opzet, context en de doelstelling van de Europese regelgeving (zie onder meer zaak HvJ EG, 7 december 1995, C-449/93, Rockfon, Jur. 1995, p. I-04291). Kan hieruit geen uniforme uitlegging worden afgeleid, dan moet worden gekeken naar de rechtsbasis van het besluit, de inhoud, de preambule, de mogelijke feitelijke implicaties van een bepaalde interpretatie, eventuele eerdere Hofrechtspraak en de wordingsgeschiedenis van de Europese regelgeving in kwestie (zie de genoemde zaak Rockfon en HvJ EG, 24 oktober 1996, zaak C-72/95, Kraaijeveld, Jur. 1996, p. I-5431). Op deze manier kan de onjuistheid op korte termijn worden hersteld. Voor de lange termijn zal er echter ook een rectificatie van de Europese regelgeving zelf behoren te volgen.

In het geval van situaties waarin taalversies van Europese regelgeving van elkaar verschillen of wanneer er anderszins fouten in de regelgeving staan die niet als inhoudelijk kunnen worden beschouwd (dus spelfouten, grammaticale vergissingen etc.), kan rectificatie een uitkomst bieden. De rectificatie van Europese regelgeving moet altijd op Europees niveau gebeuren, ook als het slechts de Nederlandstalige versie betreft en wanneer het gaat om redactionele fouten. Het is dus niet voldoende om op nationaal niveau in de implementatieregeling het juiste alternatief te kiezen of de bovengenoemde interpretatiemiddelen te gebruiken. Er dient voor een echte rectificatie in overleg te worden getreden met de instellingen van de Europese Unie om de Europese regelgeving in kwestie te wijzigen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de diensten van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie.

Voor de rectificatie van Europese regelgeving bestaat een informele weg en een formele procedure. Bewandelt men de informele weg, dan kan contact opgenomen worden met het betrokken Directoraat-Generaal bij de Europese Commissie of de betrokken dienst bij de Raad. Contact opnemen met de Europese Commissie verdient de voorkeur, aangezien daar in het algemeen de inhoudelijke kennis over de regeling het meest aanwezig is. Bij het Directoraat-Generaal kan men nakijken of de fout ook nog in andere dan de door Nederland al geraadpleegde teksten voorkomt. Indien men bevestigt dat de vertaling niet klopt c.q. afwijkt van het merendeel van de andere teksten, dan kan men met een redelijke mate van zekerheid implementeren volgens de wel correcte tekst. Volledige zekerheid over het achterwege blijven van een inbreukprocedure wegens niet-correcte implementatie kan echter via deze informele procedure niet verkregen worden. Evenmin is zeker hoe het Hof zal beslissen in een prejudiciële procedure terzake. Daarom kan het de voorkeur hebben om de formele ratificatieprocedure te volgen die dit soort garanties wel biedt.

De formele weg betekent een officieel verzoek aan de Europese Commissie of de Raad (al naar gelang de instelling die het besluit genomen heeft). Ook hierbij verdient het aanbeveling om eerst contact op te nemen met de betrokken dienst, het Directoraat-Generaal of met het Secretariaat van de Raad. Daar vergelijkt men weer de verschillende teksten met elkaar.

Indien uit vergelijking van de teksten blijkt dat de Nederlandse versie inderdaad onjuist is, kan een formeel (schriftelijk) verzoek om rectificatie worden gedaan aan het Raadssecretariaat. Daar maakt men een ontwerp voor een rectificatie, dat wordt rondgezonden aan de Permanente Vertegenwoordigers van de lidstaten voor commentaar. Indien hierop binnen een gestelde termijn (bijvoorbeeld 14 dagen) niets is ontvangen, wordt de rectificatie gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Voor rectificatie van een comitologieregeling van de Europese Commissie geldt dat een verzoek om rectificatie wordt gezonden aan de betrokken dienst van de Europese Commissie. Deze dienst doet - in overeenstemming met de Juridische Dienst als medeverantwoordelijke dienst - een verzoek tot rectificatie aan de Secretaris-Generaal van de Europese Commissie. Indien de Secretaris-Generaal instemt met de rectificatie, wordt deze in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd. Het al of niet instemmen zal overigens niet alleen afhangen van de aard van de fout, doch ook van de fase waarin deze in het besluit geslopen is. Indien de fout al voorkwam in de versie waarover het voorbereidend comité heeft gestemd, ligt het voor de hand om een officieel wijzigingsbesluit voor te bereiden, zodat het comité daarover geconsulteerd kan worden.

Rectificaties treft men zeer frequent aan in het Publicatieblad. Het gaat vaak om verkeerde getallen in bedragen, weggevallen woorden of zinsneden, verkeerde verwijzingen, vervanging van bepaalde termen (bijvoorbeeld 'meer dan' in plaats van 'minimaal'). Een voorbeeld van het rechtzetten van een verkeerde verwijzing naar onderdelen van een richtlijn is de rectificatie van richtlijn nr. 91/498/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor (... ) de productie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG 1992, L 73).

Inhoudelijke onjuistheden kunnen niet worden hersteld via interpretatie of rectificatie. Ze kunnen slechts worden hersteld via een formele wijziging van het oorspronkelijke besluit. Dat betekent dat niet een relatief eenvoudige procedure als die van de rectificatie kan worden doorlopen. In plaats daarvan moet de volledige besluitvormingsprocedure worden doorlopen met de normale mogelijkheden van inbreng. Dat kan vanzelfsprekend de nodige tijd kosten. Soms wordt daarom wel een praktische tijdelijke oplossing gevonden in de vorm van een gezamenlijke verklaring van de lidstaten en de Europese Commissie of Raad bij het vaststellen van andere Europese regelgeving. Ook hierbij geldt echter dat niet zeker is hoe het Hof van Justitie hiermee zal omgaan, gezien de belangen die op het spel kunnen staan voor de betrokkenen.

Bij richtlijn nr. 92/116/EEG (PbEG L 43/33) werd richtlijn nr. 71/118/EEG inzake vers vlees van pluimvee gewijzigd. In deze wijzigingsrichtlijn was een zogenoemde derogatiemodule opgenomen die het mogelijk maakte om de eisen die de richtlijn oplegde aan slachterijen, fasegewijs in te voeren, zodat deze bedrijven niet voor onoverbrugbare investeringen zouden komen te staan. Vergeten was om deze module ook op te nemen in de aanverwante richtlijn nr. 91/495/EEG inzake vlees van gekweekt wild. In de verklaringen voor de Raadsstukken behorende bij richtlijn nr. 92/116/EEG is vervolgens opgenomen dat in afwachting van de wijziging van richtlijn nr. 91/495/EEG de wijzigingen in richtlijn nr. 71/118/EEG (de derogatiemodule) mutatis mutandis van toepassing zijn op richtlijn nr. 91/495/EEG.

Vanzelfsprekend geldt voor alle soorten fouten dat voorkomen beter is dan genezen. In de totstandkomingsfase van Europese regelgeving dient goed opgelet te worden of de conceptteksten juist zijn en dienen fouten of onwerkbare termen tijdig gesignaleerd te worden. Indien men aanpassingen in de terminologie nodig acht, kan te allen tijde (eventueel via de Permanente Vertegenwoordiging van de Europese Unie) contact opgenomen worden met de juristen/linguïsten bij het Secretariaat-Generaal van de Raad, die verantwoordelijk zijn voor de laatste conceptteksten in de verschillende talen.