Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 8.13 Toelichting inzake verdragen

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

  1. Een wetsvoorstel tot goedkeuring van een verdrag wordt voorzien van een memorie van toelichting.
  2. Een voorstel tot stilzwijgende goedkeuring van een verdrag gaat vergezeld van een toelichtende nota.
  3. Toelichtingen op verdragen worden beperkt tot hetgeen voor een goed begrip nodig is. In voorkomend geval wordt daarin aangegeven dat wijziging van een bijlage die een integrerend onderdeel vormt van het verdrag en waarvan de inhoud van uitvoerende aard is ten opzichte van de bepalingen van het verdrag zelf, geen parlementaire goedkeuring behoeft, tenzij de Staten-Generaal zich het recht daartoe voorbehouden.
  4. Indien een verdrag gevolgen heeft voor de nationale regelgeving wordt dit in de toelichting besproken. Bij de binding van het Koninkrijk te maken voorbehouden en af te leggen verklaringen die geen voorbehouden inhouden, worden eveneens in de toelichting besproken.
  5. In de toelichting op een verdrag wordt besproken of een verdrag naar de mening van de regering mogelijk een ieder verbindende bepalingen bevat.
  6. In de toelichting op een verdrag dat niet voor het Koninkrijk als geheel wordt gesloten, worden de redenen beschreven om aan dat verdrag wel of geen gelding of medegelding voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba te verlenen.
  7. In de toelichting op een verdrag dat niet voor het Koninkrijk als geheel wordt gesloten, wordt aangegeven of het verdrag wel of geen gelding of medegelding heeft voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Toelichting

Als er in het kader van een internationale organisatie waarin de onderhandelingen over een verdrag hebben plaatsgevonden, ook een gemeenschappelijke toelichting is opgesteld, verdient het aanbeveling om een eigen toelichting te schrijven, aangevuld met een bespreking van de specifiek Nederlandse aspecten (Europees Nederland en Caribisch Nederland) of de specifiek Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense aspecten, met daarbij een verwijzing naar de vindplaats van de gemeenschappelijke toelichting. Als de gemeenschappelijke toelichting is opgesteld met het oogmerk om te dienen als onderdeel van de eigen toelichting, wordt de gemeenschappelijke toelichting als bijlage toegevoegd aan de eigen (beknopte) toelichting.

Vierde lid. Voor dit lid is het onderscheid tussen voorbehouden en verklaringen van belang. Primair verschil is dat voorbehouden meestal wijziging brengen in de verdragsverplichtingen, terwijl verklaringen daarin geen verandering brengen. Er zijn velerlei soorten verklaringen mogelijk, bijvoorbeeld betreffende de interpretatie van bepaalde verdragsartikelen, politieke intenties, of de aanwijzing van autoriteiten.

Zie voor de ondertekening van de memorie van toelichting bij een voorstel van wet tot goedkeuring van een verdrag en de toelichtende nota in geval van stilzwijgende goedkeuring van een verdrag aanwijzing 4.53. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Afdeling Verdragen) wordt wel steeds betrokken bij de voorbereiding van deze stukken en een bewindspersoon van Buitenlandse Zaken is altijd medeondertekenaar van de goedkeuringswet.

Vijfde lid. Bij ieder verdrag dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Staten-Generaal, wordt aangegeven of het verdrag naar het oordeel van de regering bepalingen bevat die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van de Grondwet en zo ja, welke bepalingen het betreft. Deze verplichting geldt zowel voor verdragen die ter uitdrukkelijke goedkeuring worden voorgelegd als voor verdragen die ter stilzwijgende goedkeuring worden voorgelegd. Zie ook artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.

Zesde lid. Verdragen kunnen, behalve voor het Koninkrijk als geheel, ook voor een of meer specifieke landen of delen van het Koninkrijk worden gesloten. Vanwege het feit dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba in staatsrechtelijk opzicht deel uitmaken van het land Nederland, maar in geografisch opzicht tot het Caribische deel van het Koninkrijk behoren, is het wenselijk om in de toelichting op een verdrag uitdrukkelijk stil te staan bij de vraag of het verdrag ook voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zal gelden. De geografische ligging kan aanleiding zijn om een voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten te sluiten verdrag ook voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba te laten gelden of een voor Nederland te sluiten verdrag uitsluitend voor het Europese deel van Nederland te laten gelden. Omgekeerd kan de staatsrechtelijke verbondenheid met Nederland juist reden zijn om een Caribisch verdrag niet voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba te laten gelden of een voor Nederland te sluiten verdrag gelijkelijk voor het Europese en het Caribische deel van Nederland te laten gelden. In bijzondere gevallen is het zelfs denkbaar dat een verdrag uitsluitend voor Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt gesloten, zonder ook voor de overige delen van het Koninkrijk te gelden.

Zevende lid. bij een verdrag dat niet voor het Koninkrijk als geheel wordt gesloten, maar voor een of meer specifieke landen van het Koninkrijk, zal in de toelichting de gelding nader worden toegelicht door deze landen. De coördinatie van deze informatie wordt verzorgd door de Afdeling Verdragen.