Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 8.12 Wetsvoorstel goedkeuring verdrag

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

  1. Voor een voorstel van (rijks)wet tot goedkeuring van een verdrag wordt het volgende model gevolgd:

    Goedkeuring van het op … te … tot stand gekomen verdrag … [zie aanwijzing 3.38]

    Wij Willem-Alexander, [zie verder aanwijzing 4.5]
    (…)

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op … te … tot stand gekomen verdrag … ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;

    Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State [van het Koninkrijk] gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, [de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde,] hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

    Artikel 1
    Het op … te … tot stand gekomen verdrag … , waarvan de … tekst [en de vertaling in het Nederlands] [is/zijn] geplaatst in Tractatenblad [jaartal], nr. [ nummer] , wordt goedgekeurd voor [Nederland / het Europese deel van Nederland / het Caribische deel van Nederland / voor Aruba / voor Curaçao / voor Sint Maarten / voor het gehele Koninkrijk].

    Artikel 2
    Deze [rijks]wet treedt in werking met ingang van [de eerste dag van de derde kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst / de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst].
    Lasten en bevelen … [zie verder aanwijzing 4.31, eerste lid].
  2. Voor de goedkeuring van een voorbehoud bij een verdrag wordt het volgende model gebruikt:

    Artikel (…)
    Goedgekeurd wordt dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde verdrag voor [Nederland / het Europese deel van Nederland / het Caribische deel van Nederland / voor Aruba / voor Curaçao / voor Sint Maarten / voor het gehele Koninkrijk] het volgende voorbehoud wordt gemaakt: [tekst voorbehoud].
  3. Voor een machtigingsbepaling als bedoeld in aanwijzing 8.8, tweede lid, wordt het volgende model gebruikt:

    Artikel (…)
    De besluiten, bedoeld in [artikel / de artikelen …] van het in artikel 1 genoemde verdrag, behoeven niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.

Toelichting

Eerste lid. Indien het gaat om een goedkeuring achteraf (dat wil zeggen dat het Koninkrijk al aan het verdrag is gebonden omdat er sprake is van een buitengewoon geval van dringende aard als bedoeld in artikel 10 van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen) en indien het gaat om goedkeuring van een (voornemen tot) opzegging, moet de tekst van het wetsvoorstel uiteraard dienovereenkomstig worden aangepast.

Indien ten aanzien van een ter stilzwijgende goedkeuring aan de Staten-Generaal overgelegd verdrag de wens te kennen is gegeven dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring zal worden onderworpen en de Afdeling advisering van de Raad van State niet opnieuw gehoord wordt, blijven niettemin in de aanhef de woorden "de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord" staan, omdat deze Afdeling dan al is gehoord in het kader van de stilzwijgende goedkeuringsprocedure.

Inwerkingtreding. Artikel 2 van het model noemt twee varianten voor de inwerkingtredingsbepaling. De eerste variant wordt gebruikt voor goedkeuringswetten die aan een referendum op grond van de Wet raadgevend referendum kunnen worden onderworpen. Het gaat dan om gewone wetten ter goedkeuring van verdragen die binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland zullen gelden. Dergelijke verdragen worden in de regel goedgekeurd bij gewone wet (zie aanwijzing 8.10).

De tweede variant wordt in de eerste plaats gebruikt voor rijkswetten ter goedkeuring van verdragen die ook in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zullen gelden. Aangezien deze rijkswetten niet referendabel zijn (artikel 5, onderdeel f, Wrr), geldt niet de eis dat zij pas na ongeveer acht weken in werking kunnen treden (zie ook de toelichting bij aanwijzing 4.21). De tweede variant wordt ook gebruikt indien de inwerkingtreding van de goedkeuringswet geen uitstel kan lijden.

Deze eis van inwerkingtreding na ongeveer 8 weken geldt echter wél voor rijkswetten ter goedkeuring van een verdrag dat binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland zal gelden. De tweede variant kan ook voor deze rijkswetten gebruikt worden, op grond van artikel 13, eerste lid, Wrr, dat bepaalt dat een dergelijke rijkswet pas worden zal bekendgemaakt nadat onherroepelijk is vastgesteld dat daarover geen referendum wordt gehouden of de uitslag van het referendum onherroepelijk is vastgesteld.

In het geval dat een voorstel van wet tot goedkeuring van een verdrag meer regelt dan alleen de goedkeuring van het verdrag – bijvoorbeeld ook de uitvoeringswetgeving bevat – kan er aanleiding zijn een van de andere in aanwijzing 4.21 vervatte inwerkingtredingsbepalingen te gebruiken.

Tweede lid. Het maken van een voorbehoud heeft gevolgen voor de omvang van de verdragsverplichtingen die het Koninkrijk op zich neemt. Vandaar dat te maken voorbehouden parlementaire goedkeuring behoeven. Overigens kunnen voorbehouden alleen worden gemaakt als zij volkenrechtelijk toelaatbaar zijn.

Derde lid. Zie aanwijzing 8.8 voor de aanleiding om in een wetsvoorstel een machtigingsbepaling op te nemen.