Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 5.42 Bestuursdwang en dwangsom

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

Voor het verlenen van de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt het volgende model gebruikt:
[aanduiding bestuursorgaan] is bevoegd tot oplegging van een [last onder bestuursdwang / last onder dwangsom] ter handhaving van [aanduiding desbetreffende verplichtingen].

Toelichting

Door gebruik te maken van dit model wordt - indien het een regeling betreft die in het Europese deel van Nederland geldt - aangegeven dat afdeling 5.3.1 of 5.3.2 Awb van toepassing is. Deze afdelingen van de Awb gelden niet in Bonaire, Sint Eustatius en Saba (zie ook de toelichting bij aanwijzing 5.40). Het model is met name van belang voor toekenning van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang (of alleen de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom) aan bestuursorganen van de centrale overheid. De Gemeentewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de Provinciewet en de Waterschapswet bevatten reeds een algemene bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang voor de besturen van gemeenten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, provincies en waterschappen.

Uit artikel 5:32 Awb volgt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan ook een last onder dwangsom kan opleggen. Om een last onder bestuursdwang en last onder dwangsom beide mogelijk te maken hoeft dus slechts de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang te worden geregeld. Indien het - bijvoorbeeld omdat het bestuursorgaan daartoe niet over de benodigde mensen of middelen beschikt - onwenselijk is om aan een bestuursorgaan ook de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang toe te kennen, kan ervoor worden gekozen om aan het bestuursorgaan alleen de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom toe te kennen.