Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 4.44 Vermelding inbreng externe partijen

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

  1. In de toelichting wordt, voor zover mogelijk en relevant voor de inhoud van de regeling, vermeld welke externe partijen inbreng hebben geleverd bij de totstandkoming van de regeling, op welke wijze dat is gebeurd, wat de strekking van de inbreng was en wat er met de inbreng is gedaan.
  2. Indien voor de totstandkoming van een regeling een bijzondere procedure wettelijk is voorgeschreven, wordt aan het volgen daarvan in de toelichting aandacht geschonken.
  3. Indien op hoofdpunten in een regeling wordt afgeweken van een krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt de reden hiervan in de toelichting weergegeven.

Toelichting

Bij de totstandkoming van regelingen zijn veelal externe partijen betrokken. Partijen kunnen in dit verband burgers, bedrijven, instellingen en andere organisaties zijn. Betrokkenheid kan aan de orde zijn doordat zij verzocht hebben om het opstellen van de regeling, gevraagd of ongevraagd inbreng hebben geleverd voorafgaand aan of gedurende het opstellen van de regeling, of hun zienswijze hebben gegeven over een conceptregeling waarover een consultatie is gehouden. Ook adviezen, al dan niet krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht, kunnen onder de term "inbreng" vallen. Het opnemen van informatie over de geleverde inbreng blijft achterwege voor zover dat niet mogelijk is, zoals in gevallen waarin de wetgeving over openbaarheid van overheidsinformatie zich daartegen verzet, of niet relevant is voor de inhoud van de regeling, zoals in gevallen waarin de inbreng geen betrekking had op de regeling zelf. Bij het vermelden welke externe partijen inbreng hebben geleverd, is het bij groepen van burgers of bedrijven met gelijksoortige inbreng toegestaan om te volstaan met een categoriale in plaats van individuele aanduiding daarvan; de term "vermelden" staat daarbij ook een zakelijke weergave toe.

Tweede lid. Te denken valt onder meer aan advisering door adviescolleges of andere organen, zoals de Autoriteit persoonsgegevens (artikel 51, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens) en de Raad voor de rechtspraak (artikel 95 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Andere voorbeelden van bijzondere procedures zijn voorschriften inzake parlementaire betrokkenheid bij de totstandkoming van gedelegeerde regelgeving (zie ook paragraaf 2.5) en voorschriften betreffende de betrokkenheid van decentrale overheden bij de totstandkoming van regelingen waarbij van die overheden regeling of bestuur wordt gevorderd (zie bijvoorbeeld artikel 114 van de Gemeentewet, artikel 112 van de Provinciewet en artikel 209 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

Zie voor de notificatie van ontwerpregelingen ter voldoening aan Europese of andere internationale notificatieverplichtingen paragraaf 7.2.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State. Zie hiervoor de aanwijzingen 4.5 en 4.6.