Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 4.22 Bijzondere inwerkingtredingsbepalingen

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

Zo nodig kan voor de inwerkingtredingsbepaling van een regeling ook een van de volgende modellen worden gebruikt:

  1. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van …, met uitzondering van de artikelen …, die in werking treden met ingang van … .
  2. Deze wet / Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen … in werking treden.
  3. Deze wet / Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
  4. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking op het tijdstip waarop [artikel … van] [citeertitel of aanduiding andere regeling] in werking treedt.
  5. Indien het bij [koninklijke boodschap van [datum] ingediende / geleidende brief van [datum] aanhangig gemaakte] voorstel van wet [als aanwijzing 3.43, tweede lid] tot wet is of wordt verheven en [artikel … van] die wet in werking treedt, treedt deze wet / dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
  6. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag van de … kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad / de Staatscourant waarin zij/het/zij/hij wordt geplaatst.
  7. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad / de Staatscourant waarin zij/het/zij/hij wordt geplaatst.
  8. Deze wet / Dit besluit / Deze regeling / Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van [beoogde datum van inwerkingtreding]. Indien het Staatsblad / de Staatscourant waarin deze wet / dit besluit / deze regeling / deze beleidsregel wordt geplaatst, wordt uitgegeven na [de dag voor de beoogde datum van inwerkingtreding], treedt zij/het/zij/hij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad / de Staatscourant waarin zij/het/ zij/hij wordt geplaatst, en werkt zij/het/zij/hij terug tot en met [beoogde datum van inwerkingtreding].

Toelichting

Bij het gebruik van de in deze aanwijzing opgenomen modellen worden de aanwijzingen 4.17 en 4.18 in acht genomen, voor alle onderdelen van de regeling die in werking treden. De modellen G en H worden slechts gebruikt in de in aanwijzing 4.17, vijfde lid, genoemde uitzonderingsgevallen. Voor een referendabele wet waarvan de inwerkingtreding geen uitstel kan lijden (zie aanwijzing 4.18, tweede lid) kunnen de modellen uit deze aanwijzing worden gecombineerd met die uit aanwijzing 4.23.

Voor de inwerkingtredingsbepaling van een algemeen verbindend voorschrift, niet zijnde een wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, kan een formulering analoog aan die in aanwijzing 4.21, derde lid, of aan de modellen A, D, F, G of H worden gebruikt.

Model D. Indien de "andere regeling" waarnaar in model D wordt verwezen, voorziet in (de mogelijkheid van) gefaseerde inwerkingtreding (zie de modellen A, B en C) kan het nodig zijn om te verwijzen naar een of meer specifieke artikelen uit die andere regeling: "het tijdstip waarop artikel X van regeling Y in werking treedt". Dat is in ieder geval nodig, indien beoogd is om aan te sluiten bij artikelen ten aanzien waarvan in de andere regeling is voorzien in eerdere of latere inwerkingtreding dan de rest van die regeling. In dat geval kan niet worden volstaan met een verwijzing naar "het tijdstip waarop regeling X in werking treedt".

Model E. Dit model kan worden gebruikt om aan te sluiten bij de inwerkingtreding van een nog niet tot wet verheven wetsvoorstel. Daarbij wordt voor regeringsvoorstellen de formulering "het bij koninklijke boodschap ingediende wetsvoorstel" en voor initiatiefwetsvoorstellen de formulering "het bij geleidende brief aanhangig gemaakte wetsvoorstel" gebruikt. Zie voor het gebruik van dit model ook aanwijzing 2.33, derde lid.

Model H. Dit model biedt een voorziening voor het geval onzeker is of een regeling tijdig, dat wil zeggen uiterlijk een dag voor de beoogde datum van inwerkingtreding van de regeling, bekend kan worden gemaakt. Als de regeling niet tijdig bekend kon worden gemaakt, voorziet de tweede zin van deze inwerkingtredingsbepaling erin dat de regeling alsnog met ingang van de eerste dag na haar bekendmaking in werking treedt en terugwerkt tot en met de dag van haar aanvankelijk beoogde inwerkingtreding. Bij gebruik van dit model wordt aanwijzing 5.62 in acht genomen.