Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanwijzing 2.35 Voorhangprocedures

Aanwijzingen voor de regelgeving (10e wijziging)

In de wet wordt geen formele betrokkenheid van het parlement bij gedelegeerde regelgeving geregeld tenzij daarvoor bijzondere redenen bestaan.

Toelichting

Terughoudendheid met parlementaire betrokkenheid. Het is wenselijk dat bij de verdeling van een regeling over de wet en algemeen verbindende voorschriften van lager niveau duidelijke keuzes worden gemaakt waarbij ofwel een onderwerp in de wet wordt geregeld, ofwel het geven van voorschriften daaromtrent wordt gedelegeerd aan een lagere regelgever. Bij voorkeur moet worden vermeden dat de vaststelling van bepaalde voorschriften aan een lagere regelgever wordt gedelegeerd en tegelijkertijd wordt vastgelegd dat het parlement bij deze regelgeving moet worden betrokken. In een enkel geval valt aan gedelegeerde regelgeving met parlementaire betrokkenheid echter niet te ontkomen. Zie de toelichting bij aanwijzing 4.19 voor de afstemming tussen de inwerkingtreding van een voorhangbepaling en een met inachtneming daarvan tot stand te brengen gedelegeerde regeling.

Vormen van parlementaire betrokkenheid. Er zijn vier vormen van parlementaire betrokkenheid te onderscheiden, te weten: gecontroleerde delegatie (aanwijzing 2.36), voorwaardelijke delegatie (aanwijzing 2.37), tijdelijke delegatie (aanwijzing 2.39) en delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet (aanwijzing 2.40), elk met een andere mate van betrokkenheid van het parlement.

In het algemeen wordt parlementaire betrokkenheid geregeld met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het is echter ook denkbaar dat in een dergelijke betrokkenheid wordt voorzien ten aanzien van bij ministeriële regeling te stellen voorschriften. Gelet op de aard van dergelijke regels (zie aanwijzing 2.24) ligt een dergelijke betrokkenheid bij gecontroleerde en voorwaardelijke delegatie echter weinig voor de hand. Anders ligt dit evenwel bij tijdelijke delegatie en delegatie onder het vereiste van goedkeuring bij wet.

Indien ten aanzien van bij ministeriële regeling te stellen voorschriften is voorzien in gecontroleerde of voorwaardelijke delegatie, zijn de aanwijzingen 2.36, 2.37 en 2.38 van overeenkomstige toepassing. Hetzelfde geldt in het bijzondere geval dat ten aanzien van een inwerkingtredings­besluit is voorzien in parlementaire betrokkenheid.